Toelichting risico’s.
Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd.
| Sociaal Domein |
Risico kenmerken |
|
De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein (Wmo en Jeugdzorg) verstrekt het Rijk via de algemene uitkering. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken financiële risico’s, mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De kosten stijgen de afgelopen jaren aanzienlijk en de verwachting is dat deze blijven stijgen vanwege de stijgende tarieven, de hogere instroom (dubbele vergrijzing) en toenemende complexiteit van de zorgvraag. Bij de begroting wordt rekening gehouden met indexering van de tarieven. Regionaal kopen we maatwerkvoorzieningen jeugdzorg en Wmo in. Sinds 1 januari 2025 is voor de indexering aangesloten op de landelijke contractstandaard. Vanaf 1 januari 2026 is er sprake van een nieuwe en gescheiden inkoop binnen de Jeugdzorg en Wmo (regionale maatwerkvoorzieningen). De inkoopdocumenten zijn opgesteld op basis van de landelijke contractstandaarden. In het nieuwe regeerakkoord (januari 2026) worden maatregelen voorgesteld die effect kunnen gaan hebben op het gemeentelijke sociaal domein. Zo wordt voorgesteld te investeren in een wijkgerichte aanpak om gezonde keuzes te stimuleren en in te zetten op het versterken van buurtregie, meer sociale cohesie en mantelzorgondersteuning. Ook wordt er een investering voorgesteld in zorgzame buurten en gemeenschapsontwikkeling waardoor ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning. Dit zijn ontwikkelingen die we al langer kennen in het sociaal domein maar die met het nieuwe kabinet meer focus krijgen en inzet vragen van de gemeenten. De exacte gevolgen van deze plannen voor de gemeente zijn onzeker. Jeugdzorg Wmo Beheersing risico |
Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen |
| Grondexploitatie |
Risico kenmerken |
|
De gemeente Epe voert een situationeel grondbeleid. Daarbij bepaald de gemeente per ruimtelijk initiatief welke gemeentelijk rol en inzet van grondbeleidsinstrumenten het beste past. Per ruimtelijk initiatief wordt het risico voor de gemeente ingeschat en verwerkt in de begroting en jaarrekening. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve. |
Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen |
| Verbonden partijen |
Risico kenmerken |
|
De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen. Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden. Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie. |
Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 711.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 142.000
|
| Juridische risico's en aansprakelijkheid |
Risico kenmerken |
|
De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn.
Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen. |
Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 450.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risicokarakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 90.000 |
|
Borg en garantstellingen |
Risico kenmerken |
|
De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (ruim € 103 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn. Het risico dat achtervang-gemeenten renteloze leningen aan WSW moeten verstrekken als de andere buffers onvoldoende zijn, is zeer klein - zelfs theoretisch. Dat is de conclusie op basis van risicomodellen en stresstesten vanuit het WSW. Hierop is de nieuwe risico inschatting gebaseerd en wijkt daarom af van de risico inschatting bij de begroting.
|
Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: € 103.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen (stond in de begroting 2026 ten onrechte als effect zeer groot) Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 20.700 |
|
Algemene uitkering |
Risico kenmerken |
|
De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds (verreweg de grootste inkomstenbron van gemeenten) is doorgaans een onzekere factor in de begroting. Enkele jaren geleden zijn bij een ‘herijking’ de maatstaven herijkt op basis waarvan de uitkering wordt bepaald. Deze herijking is nog niet definitief afgerond, de uitkomsten en effecten van een aantal aanvullende onderzoeken zijn nog niet bekend. De herijking volgt in tranches, de eerstvolgende tranche in de herverdeling vindt plaats in 2027, dus we hebben de risicostelpost "herverdeling gemeentefonds" ad € 100.000 die we in 2025 structureel hadden opgenomen in 2026 laten vervallen. De stelpost gaat nu in 2027 in. Door een andere normeringsystematiek zouden gemeenten m.i.v. 2026 een fors lagere algemene uitkering krijgen (landelijk ging het om € 2,3 miljard). Hiermee stond het jaar 2026 ook wel bekend als het “ravijnjaar". Deze terugval in inkomsten raakte ook de gemeente Epe. Na intensief bestuurlijk overleg tussen de VNG en het Rijk besloot het Rijk om voor de jaren 2026 en 2027 het ravijn gedeeltelijk te dempen. Voor de jaren daarna krijgen de gemeenten een structureel hogere compensatie voor de jeugdzorgkosten. Hiermee is een eerste stap richting een oplossing gezet maar de financiële terugval in de algemene uitkering is voor de gemeenten nog altijd groot. Omdat al een aantal jaren blijkt dat de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds achteraf in de algemene uitkering wordt ‘terugontvangen’, is ook in de begroting 2026 ervoor gekozen om deze op voorhand voor 70% op te nemen. De provincie staat dit ook toe (ramen van 100% is toegestaan). Hierin zit een risico, omdat moet blijken of deze ruimte onder het plafond ook de komende jaren ontstaat. |
Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicostelposten Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
|
|
Uitkering inkomensvoorziening |
Risico kenmerken |
|
Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. In hoeverre de gemeente uitkomt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio en de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden. In de afgelopen jaren zien we een stijging van ons uitkeringsbestand in het kader van de Participatiewet. Zo is in het afgelopen jaar het bestand gestegen met circa 3 % (over 2025). Deze stijging is onder andere het gevolg van een toename van het aantal statushouders in de gemeente Epe. Daartegenover zien we een daling van het aantal uitkeringen op basis van de IOAW (eind 2025, 3 uitkeringen) en IOAZ (eind 2025 0 uitkeringen) gezien deze regelingen niet meer aan te vragen zijn waardoor er alleen nog uitstroom plaatsvindt en geen nieuwe instroom. Landelijk is de bijstand in 2025 1% gestegen en is het vooral te wijten aan een toename van het aantal jongeren (tot 27 jaar). We zien onder andere dat de inwoners die een uitkering ontvangen over het algemeen een langere afstand tot de arbeidsmarkt hebben, vaak al lang een uitkering ontvangen, veelal ouder zijn dan 50 jaar en een taalbelemmering hebben. De krapte op de arbeidsmarkt heeft er namelijk voor gezorgd dat de uitkeringsgerechtigden met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt al zijn uitgestroomd naar werk. Met de (risico)reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen. Daarnaast wordt de BUIG ook ingezet voor re-integratievoorzieningen, wanneer de ruimte in de BUIG afneemt dan kan er ook niet meer via de BUIG geïnvesteerd worden op re-integratie. Onduidelijk is nog in hoeverre het BUIG budget anticipeert op deze eerder geschetste ontwikkeling. Daarom is het risicobedrag verhoogd van 5% naar 10% van de begrotingsomvang voor 3 jaar. |
Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein door risicoreserve Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
|
|
Organisatie - Personeel |
Risico kenmerken |
|
Op dit gebied zijn er meerdere risico’s waarvoor een reserve wordt opgenomen om deze te ondervangen. Een risico dat altijd aanwezig is, is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, arbeidsongeschiktheid en (gedwongen) vertrek van medewerkers. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Het risico kan niet worden opgeheven, want de uitgaven blijven afhankelijk van de mate waarin zich situaties van langdurige ziekte en (gedwongen) vertrek van medewerkers voordoen. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre het structurele bedrag bijstelling behoeft. Een andere ontwikkeling waarin risico’s aanwezig zijn, is de veranderende vraag vanuit de samenleving en het Rijk. Dit is van invloed op het takenpakket en de dienstverlening van de gemeente en de daaraan gekoppelde dienstverlening aan de inwoners (zie de paragraaf Bedrijfsvoering). Ook maatschappelijke en technologische veranderingen zoals digitale kwetsbaarheid en AI spelen een rol. Om hierop in te spelen zijn middelen opgenomen om de organisatie wendbaar te houden en de kwaliteit van de dienstverlening hoog te houden. Tot slot vormt de krappe arbeidsmarkt een belangrijk risico. Het aantrekken en behouden van personeel is uitdagend. Hierdoor is vaker externe inhuur nodig, met hogere kosten en kwetsbaarheid tot gevolg. Om dit risico te beperken wordt geïnvesteerd in goed werkgeverschap en strategische personeelsplanning, gericht op duurzame inzetbaarheid en aansluiting bij de gemeentelijke doelstellingen. |
Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: klein door risicoreserve Restrisico : geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
|
| Onderhoud Openbare Ruimte | Risicokenmerken |
|
Het beheer van de Openbare Ruimte (uitgezonderd groot wegonderhoud) is in de gemeente sinds 2015 uitbesteed aan een aannemer op basis van een UAV-GC contract (Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen). Deze aannemer voert het onderhoud uit op basis van door de gemeente opgestelde specificaties. In de loop der tijd zien we dat de oorspronkelijke inzichten op het gebied van het beheer en onderhoud aan verandering onderhevig zijn. Naast de veranderde wensen van de inwoners ten aanzien van onderhoudsniveaus en veroudering van het areaal (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van de bomen waardoor meer onderhoud nodig is, maar ook slijtage van plantvakken) hebben we ook te maken met de gevolgen van de klimaatverandering. De verschillen tussen droge en natte periodes hebben tot gevolg dat we anders om moeten gaan met water en door meer te doen met biodiversiteit ontstaat er meer evenwicht in de natuur. Ook is het steeds moeilijker om onze asfaltwegen met de huidige middelen goed begaanbaar te houden. |
Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico: € 215.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000 |
| Informatievoorziening op orde | Risicokenmerken |
|
We zijn volledig afhankelijk van digitale middelen en data voor de kwaliteit van ons dagelijks werk en onze dienstverlening. Zonder een professionele en veilige informatiehuishouding kunnen we als gemeente weinig, sterker nog, wetgeving maakt dat we verplicht zijn onze dienstverlening in ieder geval digitaal aan te bieden. En de digitale ontwikkelingen staan niet stil. Technologische ontwikkelingen met name op het gebied van AI, bieden kansen maar brengen ook allerlei risico`s met zich mee op het gebied van informatieveiligheid, ethiek en privacy. Tegelijkertijd zijn ze onvermijdelijk. De samenleving heeft andere verwachtingen, ketenpartners en leveranciers gaan anders werken en stellen andere eisen en ook de nieuwe generatie medewerkers vragen om moderne ondersteuning van het dagelijks werk. |
Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 1,5 mln. Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 600.000 |





