Inhoudelijke verkenningen 2022-2025

3.1 Pijler Sociaal

Terug naar navigatie - 3.1 Pijler Sociaal

Opstellen Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen

Korte beschrijving ontwikkeling.
De gemeente heeft een aantal wettelijke taken op het gebied van onderwijshuisvesting (renovaties, uitbreidingen, nieuwbouw, duurzaamheidsmaatregelen ). Om die taken te kunnen uitvoeren zijn financiële middelen nodig. Voor een aantal ontwikkelingen zijn ramingen opgenomen in het investeringsplan dat bij de begroting hoort. Om inzicht te krijgen in de toekomstige benodigde budgetten is een Integraal Huisvestingsplan nodig waarin de gewenste te financieren voorzieningen zijn opgenomen in meerjarenperspectief.
Met ingang van 2023 is het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen (IHP) verplicht voor de gemeenten. Inmiddels worden voorbereidingen getroffen voor het opstellen van een gemeentelijk IHP.


Aandachtspunten voor de gemeente.
Van belang is om inzichtelijk te krijgen wat voor de komende jaren de ontwikkelingen zijn met betrekking tot onderwijshuisvesting. En wat daarin voor verantwoordelijkheid van de gemeente is om te financieren.
Het onderwijsveld en samenwerkende partijen met betrokkenheid van de gemeente, hebben gewerkt aan een Koersdocument Duurzame Kindvoorzieningen waarin zij richting geven voor realisatie van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. De kern daarin is het vormen van integrale kindvoorzieningen (onderwijs en zorg-/welzijnsvoorzieningen samen in één gebouw). Hierin speelt ook mee de demografische ontwikkeling (ontgroening/vergrijzing).
Een andere belangrijke ontwikkeling voor de inzet op onderwijshuisvesting is dat er nu gewerkt wordt aan een integraal toekomstgericht plan voor accommodaties per dorp voor onder meer welzijn, cultuur en sport.
Belangrijk aspect verder is de hoogte van de investeringen en het reserveren van middelen voor deze IHP investeringen.


Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel)
Voor het onderwijs en de samenwerkende partijen is het Koersdocument Duurzame Kindvoorzieningen richtinggevend. Om toekomstbestendige onderwijshuisvesting te realiseren zijn voldoende financiële middelen nodig. Op dit moment is er een reserve gevormd waaraan incidentele middelen worden toegevoegd voor dit doel (zes jaar lang € 500.000 en de gerealiseerde opbrengsten precariobelasting). Er is geen structurele storting in de reserve in de begroting opgenomen.
Voor reguliere noodzakelijke uitgaven voor onderwijshuisvesting vindt nu incidenteel financiering plaats uit de gevormde reserve.
Op dit moment ontbreekt een noodzakelijk concreet meerjarig inzicht in de te verwachten investeringen.


Besluit van de raad nodig: Ja
Op termijn is er een besluit van de raad nodig over de benodigde financiële middelen in meerjarenperspectief voor de huisvestingstaken waarvoor de gemeente wettelijk verantwoordelijk is. Een IHP maakt inzichtelijk welke investeringen gedaan moeten worden voor welke scholen. Op basis van het op te stellen IHP komen er voorstellen voor een noodzakelijke (structurele) storting van financiële middelen in de reserve voor onderwijshuisvesting.
Binnenkort volgt een voorstel voor financiering van ventilatiesystemen in scholen.

 

Transformatie sociaal domein

Korte beschrijving ontwikkeling.
Voor de taken (jeugdzorg en wmo) die de gemeenten via de decentralisaties hebben gekregen zijn rijksmiddelen verstrekt. Dat budget, waarop rijkskortingen zijn toegepast, vormt voor de gemeente Epe het budget om de zorg en ondersteuning te bieden die nodig is. Het beroep dat inwoners doen op de gemeente in het kader van de Jeugdwet en Wmo is toegenomen. Er zijn nieuwe ontwikkelingen die invloed hebben op het beschikbare budget of de verwachte uitgaven in het sociaal domein.


Aandachtspunten voor de gemeente.
Het beschikbare budget:
Er zijn landelijk veel signalen dat de rijksmiddelen voor de uitvoering van de jeugdzorg niet toereikend zijn. Een onderzoek van bureau AEF uit 2020, in opdracht van het Ministerie van VWS, bevestigt dit. Hierop is besloten tot een eenmalige financiële bijdrage. Van het nieuwe Kabinet wordt een besluit verwacht over de toekomstige financiering.
Het regionale budget voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang wordt door het Rijk gehalveerd ingaande 2023 met een overgangstermijn van 10 jaar. De regio bereidt zich hier op voor door te werken aan een transformatie op dit terrein en het voorbereiden van een nieuw inkooptraject. Hieraan voorafgaand vindt een financiële verschuiving van gelden plaats van de Wmo (beschermd wonen/maatschappelijke opvang) naar de Wet Langdurige Zorg (Wlz), doordat inwoners met psychische problemen (beschermd wonen) toegang krijgen tot de Wlz.
De aangekondigde herverdeling van het gemeentefonds zal naar verwachting ook negatieve gevolgen hebben voor de beschikbare middelen in het sociaal domein. Door deze herverdeling is niet meer goed te bepalen welke middelen voor het sociaal domein zijn. Dit betekent dat de huidige systematiek waarbij het budget wordt gebaseerd op de beschikbare rijksmiddelen moet worden losgelaten.


De uitgaven:
Om te anticiperen op de teruglopende rijksmiddelen en toenemende vraag loopt het project ‘grip op zorg’. De maatregelen van het project leveren naar verwachting in 2022 de eerste financiële resultaten op. Onzekerheden bij de uitgaven liggen bij mogelijk stijgende salariskosten bij te leveren zorg (tekort personeel, cao-ontwikkelingen); de aanpassing van het woonplaatsbeginsel per 2022 bij de jeugdzorg (gemeente waar kinderen van oorsprong vandaan komen zijn dan verantwoordelijk voor de zorgkosten ook als ze buiten Epe verblijven); toegenomen complexiteit van schuldhulpverlening (nieuwe taken en doelgroepen) waardoor mogelijk meer expertise en capaciteit in de uitvoering benodigd is; extra gemeentelijke werkzaamheden om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden (wetsvoorstel breed offensief) zonder extra rijksmiddelen daarvoor.


Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel)
De ontwikkelingen passen inhoudelijk binnen de kaders van de Sociale Agenda, de Transformatieagenda, het beleidsplan Sociaal Domein en de programmabegroting. De nieuwe ontwikkelingen worden verwerkt in de in 2021 te actualiseren Sociale Agenda. De regionale raamovereenkomst van maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wmo wordt met twee jaar verlengd (2022-2023). Tevens wordt er in 2021 gekeken naar optimaliseringsmogelijkheden binnen de raamovereenkomst om de transformatie te versnellen en de uitvoering binnen de financiële kaders van het sociaal domein te brengen.
De resultaten worden zichtbaar gemaakt in de monitor van het Sociaal Domein die ieder half jaar aan de raad gepresenteerd wordt.


Besluit van de raad nodig: Ja
De komende periode volgen inhoudelijke beleidsvoorstellen (Sociale Agenda; Beschermd wonen/maatschappelijke opvang) die een relatie hebben met de transformatie. Daarnaast kunnen er voorstellen volgen over de financiering van de diverse onderdelen binnen het sociaal domein als gevolg van onder meer de herverdeling van de financiële middelen in het gemeentefonds.

 

Inburgering, integratie en participatie – nieuwe wetgeving

Korte beschrijving ontwikkeling.
Naar verwachting treedt op 1 januari 2022 de nieuwe “Wet inburgering” in werking. De wetgever verwacht dat de gemeente zo een effectieve inburgering van de inburgeringsplichtige kan realiseren. Het nieuwe stelsel heeft als maatschappelijk doel dat alle inburgeringsplichtigen in staat worden gesteld om zo snel als mogelijk te participeren in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk.


Aandachtspunten voor de gemeente.
De gemeente krijgt weer de regie op de inburgering van de statushouders. Dat houdt onder meer in de verantwoordelijkheid voor de inkoop van het inburgeringsaanbod en het maken van een persoonlijk plan voor de inburgeraar. De financiering van de inburgering ligt bij de gemeenten die daarvoor financiële middelen van het rijk krijgen.
Het invoeringsbudget van het Rijk houdt geen rekening met de verhoogde huisvestingstaakstelling 2021. De VNG is hierover nog in gesprek met het Rijk.


Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel)
onder meer: de inkoop van taallessen; verzorgen intake en een persoonlijk plan opstellen gericht op het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage.
Voor de invoering van deze nieuwe wetgeving stelt het Rijk extra geld beschikbaar. In de meicirculaire 2019 zijn gemeenten daarover geïnformeerd. Deze budgetten zijn onder te verdelen in drie categorieën:

  1. Incidenteel bijdrage invoeringskosten: Elke gemeente heeft een bijdrage gekregen in de te maken invoeringskosten in de jaren 2020 en 2021.
  2. Structurele uitvoeringskosten: De gemeenten krijgen extra financiële middelen voor de personeelskosten voor de extra taken vanuit de nieuwe wet. Voor de inburgeraars die vallen onder de huidige Wet inburgering stelt het Rijk (incidenteel) extra geld beschikbaar om aan hen een betere dienstverlening te bieden.
  3. Overige structurele kosten: De gemeenten krijgen een vergoeding voor met name de inzet van taaltrajecten, het bieden van maatschappelijke begeleiding en andere daaraan gerelateerde uitgaven.


Besluit van de raad nodig: Ja
Voor de invoering en uitvoering van de nieuwe wet stelt het Rijk financiële middelen beschikbaar in een speciale uitkering en door een storting in het gemeentefonds. Deze middelen worden opgenomen in de gemeentebegroting voor uitvoering van de nieuwe wet. De raad heeft eerder al aanvullend structureel budget beschikbaar gesteld omdat voorzien werd dat de middelen van het Rijk niet toereikend zouden zijn. Vooralsnog blijkt nog niet dat het beschikbare budget in de begroting toereikend is voor de uitvoering van de nieuwe wetgeving en de nieuwe huisvestingstaakstelling.

 

3.2 Pijler Ruimte

Terug naar navigatie - 3.2 Pijler Ruimte

Omgevingswet – stijgende kosten

Korte beschrijving ontwikkeling.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (planning 1-1-2022) verandert het wettelijk kader rondom ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente. De veranderingen gelden zowel voor de inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven als ook de gemeente.
De Omgevingsvisie leidt in de komende jaren tot het opstellen van programma’s en aanpassing van de bestemmingsplannen (onder de Omgevingswet: “omgevingsplannen”). Informatie wordt via het Digitaal Stelsel Omgevingswet meer transparant beschikbaar, zodat initiatiefnemers zelf zich een meer compleet beeld kunnen vormen van wat er mogelijk is. Meer initiatieven zullen vergunningsvrij mogen worden ondernomen. Daarnaast wordt er in het voortraject meer van initiatiefnemers gevraagd voor wat betreft participatie met de omgeving rondom hun initiatief. De gemeente zal op een meer integrale wijze te werk gaan bij het toetsen van aanvragen, waarbij alle relevante disciplines worden betrokken.


Aandachtspunten voor de gemeente.
De veranderingen als gevolg van de nieuwe wet beïnvloeden de structurele kosten voor de uitvoering en de inkomsten van leges.
De instrumenten programma en omgevingsplan zullen extra aandacht, capaciteit en budget vragen. Er is sprake van nieuwe processen, een verschuiving naar een bredere, meer faciliterende en begeleidende rol bij initiatieven, waarin participatie een belangrijke rol inneemt. Voor de uitvoering van het daarover vast te stellen beleid zal een daarop afgestemde ambtelijke organisatie nodig zijn. Dat kan betekenen een andere inzet binnen de bestaande ambtelijke organisatie en/of uitbreiding van de ambtelijke capaciteit.
Voor de samenleving, voor wie de wijzigingen ook nieuw zijn, is deze andere wijze van dienstverlening van groot belang. Er verschuiven veel activiteiten naar de voorkant van het initiatief.
Financiële compensatie voor gemeenten is nog steeds onderwerp van gesprek tussen het Rijk en de VNG. Het uitgangspunt van de minister is dat e.e.a. budgetneutraal is en blijft.
Parallel aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht. Met deze wet verschuift onder meer de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de bouw van de overheid naar de markt. De wet heeft daarmee invloed op het huidige vergunningverlenings- en toezichtproces en zal naar verwachting organisatorische en financiële gevolgen hebben. Deze consequenties worden komende periode in kaart gebracht.


Hoe verhoudt de ontwikkeling zicht tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel)
Bestaand beleid op ruimtelijke ontwikkeling zal naar verwachting op veel punten, in lijn met de door de raad vastgestelde omgevingsvisie, uitgebreid en aangepast worden via de omgevingsplannen en de specifieke programma’s. De nog te maken keuzes in het beleid kunnen budgettaire gevolgen hebben in mogelijk stijgende uitvoeringskosten en verminderde legesinkomsten. Beleid op het vlak van dienstverlening, participatie en communicatie wordt onder de Omgevingswet en ook in brede zin doorontwikkeld. Om de samenleving goed te ondersteunen bij initiatieven zal het kostenniveau hiervan waarschijnlijk ook stijgen.


Besluit van de raad nodig: Ja
De Omgevingsvisie en de omgevingsplannen worden door de gemeenteraad vastgesteld. Ook de keuze in de mate van regelgeving en de wijze waarop regels worden opgesteld is een bevoegdheid van de gemeenteraad, evenals het vaststellen van het participatiebeleid, de wijze van dienstverlening en de legesverordening.
Afhankelijk van de te maken beleidskeuzes zal voor de uitvoering een daarop afgestemde ambtelijke organisatie opzet worden. Mogelijk komen daaruit voorstellen om extra financiële middelen in de begroting op te nemen die nodig zijn door de hogere kosten van de uitvoeringsorganisatie.

 

3.3 Pijler Bestuur

Terug naar navigatie - 3.3 Pijler Bestuur

Digitale Veiligheid

Korte beschrijving ontwikkeling.
De gemeente werkt steeds digitaler, onze inwoners vragen dit ook. Gegevens worden daarmee ook digitaal opgeslagen. De gegevens die bij gemeenten opgeslagen worden zijn voor kwaadwillenden zeer interessant om te bemachtigen en deze zullen er alles aan doen om dit te krijgen. Voorbeelden daarvan zijn de situaties bij de gemeenten Hof van Twente en Lochem. Door hacks, ddos aanvallen e.d. staat ons IT landschap continue onder druk.

Aandachtspunt voor de gemeente.
Als gemeente moeten we ons verder wapenen dan we nu kunnen tegen deze digitale ontwikkeling. Dit betekent nog meer inzetten op aanvullende maatregelen om daarop in te kunnen spelen. Maar het gaat ook om kennis, kunde en capaciteit om deze maatregelen toe te passen en te regisseren. Dit vraagt continue aandacht, kennis en kunde van onze mensen om er zorg voor te dragen dat de gegevens die wij als gemeente opgeslagen hebben van onze inwoners veilig zijn en blijven.


Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel)
Het informatieveiligheidsbeleid voorziet nu in een basisniveau qua beveiliging van de opgeslagen gegevens. Echter de doorvertaling van de aanvullende maatregelen naar uitvoering en continu bijsturen vraagt meer dan het bestaande beleid.
Door technologische ontwikkelingen vindt een actualisatie plaats van het informatiebeleid. Informatiebeleid gaat over de organisatie van de informatiehuishouding met waarborgen voor kwaliteit en beschikbaarheid van informatie. Het informatieveiligheidsbeleid, in 2020 geactualiseerd, krijgt daarin een plek. De nog te maken keuzes qua ambitieniveau van het informatiebeleid hebben rechtstreeks invloed op de mate van informatie/digitale veiligheid.
De doorvertaling van beleid naar uitvoering volgt op dat beleid, met ook de financiële doorvertaling daarvan, zowel in middelen als (uitvoerings)capaciteit. Dat er geïnvesteerd moet worden, ook bij een minimaal ambitieniveau is evident.


Besluit van de raad nodig: Ja
Op de korte termijn zijn structurele middelen nodig om de functies op het gebied van informatieveiligheid beter te kunnen invullen en ook te kunnen investeren op kennis en kunde en software.
Op de langere termijn zijn ook investeringen nodig om de uitdagingen op dit gebied het hoofd te kunnen bieden. Dit volgt uit de keuzes qua ambitie op het nog vast te stellen informatiebeleid.

 

Intensivering klantvraag

Korte beschrijving ontwikkeling.
De afgelopen jaren met 2020 als katalysator door de corona-pandemie, zien we dat de vraag van inwoners of hun vertegenwoordigers is geïntensiveerd. Er is een autonome stijging van aanvragen, meldingen, informatieverzoeken, vergunningen etc. We zien dat inwoners of hun vertegenwoordigers steeds meer gebruik maken van hun democratische rechten. Dan gaat het om onder meer zienswijzen op plannen, WOB-verzoeken, art 34 vragen. Daarnaast is er behoefte aan meer en betere informatie van de overheid om daarmee vervolgens, onderwerpen op de agenda te krijgen, input te kunnen geven en of te participeren in maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen. Inwoners willen betrokken worden, aan de voorkant en daarbij is het nodig toegang te hebben tot alle beschikbare informatie.
Inwoners verwachten in ontwikkelingen meer een nadrukkelijke rol van de gemeente. Dit zien we onder meer bij ontwikkelingen in het ruimtelijk domein. De samenleving verwacht bij het omgevingsmanagement door ontwikkelaars, aannemers ook vaak de betrokkenheid van de gemeente.


Aandachtspunt voor de gemeente
We willen goed kunnen inspelen op de genoemde ontwikkelingen. Dat vraagt een herformulering van onze ambities met betrekking tot dienstverlening en participatie/communicatie. Het vraagt ook een adequate personele bezetting en voldoende instrumenten om deze dienstverlening aan en facilitering van de samenleving te kunnen bieden.
Belangrijk hierbij zijn de mogelijkheden die de digitale transformatie biedt. Denk hierbij aan datagestuurd werken en/of aan het ontwikkelen van een interactief platform waarbij onze inwoners in gesprek met zowel gemeente als elkaar kunnen werken aan maatschappelijke opgaven met alle daarbij behorende informatie.
Dit betekent dat gegevens op de juiste manier beheerd, geanalyseerd en ontsloten moeten worden en dit vereist andere kennis en kunde (bijvoorbeeld de inzet van data scientists). Om deze ontwikkeling te kunnen maken moeten, naast de expertises van functioneel beheer en gegevensbeheer, ook de expertises van data analyse en data science gebruikt gaan worden. Deze expertisegebieden zijn (deels) nieuw binnen onze gemeente. Totdat dit staat zal er echter (meer fysiek) ingezet moeten worden op het managen van de klantvraag.


Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel)
De ontwikkelingen rondom de klantvraag vragen een actualisatie van bestaand beleid. De voorbereidingen daarvoor lopen of starten binnenkort. De ambities mbt de dienstverlening worden vastgelegd in onze visie op dienstverlening, de beleidsvisie participatie/communicatie en synchroon daaraan in het informatiebeleid.


Besluit van de raad nodig: Ja
Op de korte termijn zijn financiële middelen nodig om in te kunnen spelen op de ontwikkelingen door onder meer het versterken van het applicatiebeheer, een upgrade van de gemeentelijke web-site en een mogelijkheden om pilots uit te kunnen voeren gericht op de klantvraag.
Op de langere termijn zijn ook investeringen nodig om de ambities waar te kunnen maken van de in de komende periode vast te stellen geactualiseerde beleidsvisies (participatie/communicatie, dienstverlening, informatiebeleid).

Uitwerking herstel- en stimuleringsagenda coronacrisis

Korte beschrijving ontwikkeling.
De coronacrisis heeft een grote impact op de samenleving. Het treft de zorg, de economie en het maatschappelijk leven en leidt tot tal van ongewenste maatschappelijke effecten.
Om daarop te kunnen anticiperen heeft de raad bij de begroting 2021-2024 (in aanvulling op de middelen die van het rijk en de provincie worden ontvangen) een bedrag van € 5,4 miljoen beschikbaar gesteld voor het inzetten van maatregelen gericht op het beperken danwel tegengaan van die ongewenste maatschappelijke effecten in de lokale samenleving. Met het in februari dit jaar vastgestelde beleidskader “Herstel- en stimuleringsagenda coronacrisis” is de hoofdlijn van de gemeentelijke aanpak vastgesteld en de richting bepaald voor de in te zetten maatregelen. Vervolgens is de stap gemaakt naar het opstellen van een uitwerkingsplan dat uiterlijk 1 juni 2021 gereed is.

Aandachtspunt voor de gemeente.
De uitwerking richt zich op twee sporen. Het eerste spoor betreft activiteiten gericht op de acute, overbruggings- en herstelfase. Dat betreffen voornamelijk reguliere activiteiten waarvoor extra budget beschikbaar is en die passen binnen de uitvoering van de begroting. De extra uitgaven worden verwerkt in de begroting en de jaarrekening. Het gaat hierbij om extra kosten bij WMO en jeugdzorg, voor minimaregelingen en uitkeringen, kinderopvang en compensatie van stijging van exploitatie tekorten bij instellingen met een instandhoudingssubsidie en extra gemeentelijke apparaatskosten.
Het tweede spoor betreft de stimuleringsagenda. De inzet van de daarvoor beschikbare middelen is gericht op opbouw, ondersteuning en stimuleren van activiteiten binnen het sociaal en economisch domein. Bij de diverse onderdelen zijn uitwerkingsplannen in ontwikkeling, zoals voor welzijn, zorg, sport en cultuur; actieprogramma economische visie; versnelling investeringen in lokale economie/recreatie.
Periodiek komen er coronarapportages voor raad en college met informatie over de maatschappelijke effecten van de coronacrisis bij (gesubsidieerde) instellingen, verenigingen, (branche) organisaties/bedrijven. Het geeft inzicht in de gevolgen van de coronacrisis bij hen en de mogelijke financiële consequenties.


Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel)
De impact van de coronacrisis blijft nog geruime tijd met daarbij waarschijnlijk nog onvoorspelbare ontwikkelingen. Het vraagt van de gemeente een flexibele opstelling en het anticiperen op ontwikkelingen. Het kan leiden tot bijstelling van plannen, zowel op inhoud als financiën. Vooralsnog zijn de nu in ontwikkeling of in uitvoering zijnde plannen gericht op de middellange termijn (2021-2022). Daarvoor is nu een budget van € 5,4 miljoen beschikbaar aangevuld met rijks en provinciale compensatiegelden.


Besluit van de raad nodig: Ja
De bestaande plannen zijn gericht op de jaren 2021 en 2022. Binnen deze plannen komen nog uitwerkingsplannen waarvan een aantal een besluit van de raad vraagt.
De impact van de coronacrisis vanaf 2023 is nog ongewis. Periodiek verschijnen er rapportages over ontwikkelingen en zijn er informatiebijeenkomsten. Als daar aanleiding voor is en de bestaande plannen en budgetten niet (in voldoende mate) voorzien, volgen er voorstellen aan de raad om te kunnen reageren of anticiperen op ontwikkelingen.