Paragrafen

1 | Lokale heffingen

1.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 1.1 Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. De raad bepaalt dit beleid tegelijk met het vaststellen van de begroting. Daar vindt de integrale afweging plaats. Beleidsmatige wijzigingen zijn in deze paragraaf toegelicht. Redactionele en technische wijzigingen van de belastingen staan in het raadsvoorstel met de belastingtarieven.  

1.3 Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 1.3 Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen

Algemeen tarievenbeleid

Belastingen en heffingen houden we waardevast door de tarieven te verhogen met de prijsstijging (index 2027: 2,6%). Bij heffingen waar een tegenprestatie van de gemeente tegenover staat is het uitgangspunt dat deze 100% kostendekkend zijn. Hierop wordt in enkele gevallen een uitzondering gemaakt. Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen staat in het overzicht 'Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien'.
Hieronder staan per belastingsoort de bijzonderheden en afwijkingen van het algemene tarievenbeleid. Tribuut voert de gemeentelijke belastingen en waardering van onroerende zaken uit voor de gemeente.

 

Wet waardering onroerende zaken (WOZ)

Eigenaren van onroerende zaken en gebruikers van niet-woningen ontvangen jaarlijks een beschikking met daarin de WOZ-waarde. Dat is de grondslag voor de onroerende-zaakbelasting en (in de gemeente Epe) de forensenbelasting. Andere overheden gebruiken de WOZ-waarde voor belastingheffing en voor het woningwaarderingsstelsel. De Waarderingskamer houdt toezicht en geeft een algemeen oordeel over de uitvoering. Het oordeel is 'goed'. Dat komt overeen met de afgesproken ambitie. 

In 2026 zijn bij Tribuut nagenoeg evenveel bezwaren binnengekomen dan in 2025. Het percentage no cure no pay (en dus ook het aantal) is wel veel lager, dit komt door de nieuwe wetgeving die de vergoeding voor proceskosten fors heeft beperkt (voor WOZ-bezwaren geldt een uitbetalingscorrectie van 75%). Het bedrag voor vergoeden van proceskosten is dus lager. De grootste ontwikkeling voor 2027 is de deelname van twee nieuwe gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Tribuut, namelijk Aalten en Oude IJsselstreek. Dit zorgt voor circa 20% meer aanslagen. Voor het jaar 2027 gaat Tribuut uit van het aantal bezwaren van 2026 plus 20%. 

 

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting. Woongedeeltes binnen niet-woningen betalen geen OZB. 

 

Reinigingsheffingen

Voor de inzameling en verwerking van grondstoffen in de gemeente betalen inwoners en bedrijven reinigingsheffingen. In de tabel hieronder staat welke kosten de gemeente maakt en welke inkomsten daar tegenover staan. Voor zwerfafval, papier en plastic ontvangt de gemeente geld. Dat staat onder 'baten taakvelden'. Voor de BTW over de inzameling van bedrijfsafval krijgen we geen geld uit het btw-compensatiefonds (BCF). Voor een deel van de ontvangen bijdragen geldt dat ook.

Om in 2027 te voldoen aan 100% kostendekkendheid is naast de reguliere begrotingsindexatie een aanvullende tariefsverhoging van 10,7% nodig. Er is voor gekozen om de aanvullende tariefsverhoging niet volledig in 2027 door te voeren, maar dit gelijkmatig te verdelen over 2027 en 2028. Dat betekent een kostendekkendheid van 95,3% in 2027. In het jaar 2028 betekent dit dat ten opzichte van de begrotingsindex een aanvullende stijging van 5,35% noodzakelijk is om weer op 100% kostendekkendheid te komen.

bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen  
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente  - 5.154
Baten taakveld(en), excl. heffingen 173
Netto lasten taakveld(en) - 4.981
Overhead incl. (omslag)rente -77
BCF-BTW -1.012
Totale lasten (A) -6.071
Opbrengst heffingen 5.881
Kwijtschelding -151
Overige inzamelvergoeding 57
Onttrekking reserve afval -
Totale baten (B) 5.787
Kostendekkendheid (B:A) 95,3%

 

Rioolheffingen

De gemeente heeft wettelijke taken voor het afvoeren van rioolwater, het voorkomen van wateroverlast en het op peil houden van het grondwater. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP) staat hoe dit gebeurt. Daarin staat ook hoe inwoners en bedrijven daaraan meebetalen. Dat gebeurt via de rioolheffingen. Eigenaren betalen een vast bedrag. Voor gebruikers is er onderscheid gemaakt in verschillende categorieën. Echte grootverbruikers betalen verhoudingsgewijs meer rioolheffing en betalen zo deels de lasten voor de kleinverbruikers. Dat noemen we kruissubsidiëring. Die groep omvat 0,8% van de gebruikers en levert 28% van de totale opbrengst. 

 

Begin 2026 is het nieuwe GWP 2026-2030 vastgesteld.  In het nieuwe GWP is voor de tarieven rioolheffingen een extra stijging van 2,3% opgenomen naast de reguliere indexatie. Voor nieuwe aansluitingen op het bestaande riool betalen gebruikers eenmalig rioolaanleggeld. Voor 2027 wordt een negatief saldo van € 344.000 verwacht. Dit saldo wordt onttrokken aan de voorziening.

 

bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht rioolheffingen
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente  -3.274
Baten taakveld(en), excl. heffingen -
Netto lasten taakveld(en) -3.274
Overhead incl. (omslag)rente -307
BCF-BTW -579
Totale lasten (A) -4.160
Opbrengst heffingen 3.844
Kwijtschelding -28
Onttrekking reserve riolering -
Onttrekking voorziening riolering 344
Totale baten (B) 4.160
Kostendekkendheid (B:A) 100%

 

Forensenbelasting

Mensen met een gemeubileerde woning die niet in de gemeente wonen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is daarvoor de grondslag. Het tarief is een percentage van de waarde. Als de waarde stijgt, verlagen we het tarief. Zo zorgen we dat de totale opbrengst niet meer stijgt dan de index. Er is een minimumtarief en een maximumtarief. Het minimumtarief stijgt met de indexatie. Het maximumtarief blijft gelijk.

 

Precariobelasting

Bedrijven met bijvoorbeeld terrassen of winkeluitstallingen op gemeentegrond betalen deze belasting. Dat geldt ook voor marktkooplieden en mensen met een standplaats op gemeentegrond. De tarieven stijgen met de index.

 

Toeristenbelasting

Toerisme is belangrijk voor de gemeente Epe. Mensen die hier niet wonen, maar wel overnachten betalen deze belasting. Dat gaat via de campings, hotels, B&B's en andere aanbieders. Als je in een eigen kampeermiddel overnacht, hoef je minder toeristenbelasting te betalen dan als je overnacht in een hotel of in een huurtent bijvoorbeeld. Op het aantal overnachtingen heeft de gemeente geen invloed. Als die stijgt, stijgt ook de opbrengst. De gemeente heeft wel invloed op het tarief. Op 11 maart 2026 heeft een consultatie met meerdere ondernemers plaatsgevonden. Deze consultatie is ingepland, omdat het reguliere (hoge) tarief voor 2026 de € 1,50 had bereikt. Het voorstel voor de tarieven 2027 is toen besproken. De raad heeft de tarieven voor 2027 al vastgesteld: € 1,10 ( 2026: € 1,00) voor het lage tarief en € 1,50 (2026: € 1,50) voor het reguliere (hoge) tarief. Voor vaste standplaatsen op een camping gelden vaste tarieven. Zo hoeven ondernemers van die gasten niet bij te houden wanneer ze er waren en wanneer niet. 

Op 1 januari 2026 is het btw tarief voor overnachtingen gestegen van 9% naar 21%. Het gaat om overnachtingen in hotels en vakantieparken, terwijl campings grotendeels zijn uitgezonderd. Deze btw verhoging kan gevolgen hebben voor de inkomsten toeristenbelasting. 

 

Begraafrechten

Nabestaanden willen hun overleden dierbaren op een respectvolle manier kunnen begraven. Daarom is het belangrijk dat de begraafplaatsen netjes en goed onderhouden zijn. De gemeente beheert de begraafplaatsen en zorgt voor het onderhoud. Om deze kosten te betalen, worden begraafrechten geheven.

Nabestaanden betalen voor het begraven, het gebruik van een graf (grafrecht) en het beheer en onderhoud van de begraafplaats. Zij betalen vooraf voor de volledige periode waarvoor het grafrecht geldt. Omdat de onderhoudskosten vaak pas later worden gemaakt, gebruikt de gemeente een egalisatievoorziening. Uit deze voorziening worden de onderhoudskosten betaald waarvoor in het verleden al is betaald.

In oktober 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw beleidsplan voor begraven vastgesteld. Op basis van dit plan zijn de tarieven voor begraven, grafrechten en onderhoud vanaf 2027 aangepast. Vanaf 2027 wordt het ook mogelijk om een graf voor onbepaalde tijd uit te geven en om natuurlijk te begraven. Daarnaast krijgen delen van de begraafplaatsen met ingang van 2027 een nieuwe functie als park om daarmee de exploitatie van de begraafplaatsen financieel gezond te houden en te voorkomen dat toekomstige tarieven te veel stijgen. Voor deze delen worden geen onderhoudskosten meer via de begraafrechten gedekt op taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria maar vallen op taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie. De kosten van het onderhoud van deze parkdelen komen daarom niet meer ten laste van de heffing. Deze veranderingen passen binnen het nieuwe beleid voor de begraafplaatsen dat in 2025 is vastgesteld.
 

De opbrengsten van de begraafrechten bestaan uit afkoopsommen voor onderhoud en uit andere eenmalige en jaarlijkse begraafrechten. De genoemde kosten zijn inclusief btw.

De kosten van deze taak worden volledig gedekt door de opbrengsten uit de begraafrechten. De kostendekkendheid bedraagt daarom 100%. Een nadere toelichting is opgenomen in de onderstaande tabel.


bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht begraafrechten
Lasten taakveld 7.5 incl. (omslag)rente  -889
Baten taakveld 7.5 excl. heffingen 49
Netto lasten taakveld(en) -840
Overhead -75
Storting voorziening begraven -201
Totale lasten (A) -1.117
Opbrengst heffingen 1.117
Onttrekking voorziening begraven -
Totale baten (B) 1.117
Kostendekkendheid (B:A) 100%

 

Leges

Vraag je een vergunning aan, wil je een paspoort of ga je trouwen? Dan betaal je daarvoor leges. Je betaalt voor de dienst die je van de gemeente vraagt. De meeste tarieven stijgen met de index. Soms gelden er wettelijk voorgeschreven (maximum) tarieven. We streven niet naar 100% kostendekking bij de leges. 

Bij de leges voor bouwactiviteiten (omgevingsvergunning) is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Daarbij geldt nu nog een maximum tariefhoogte (het bedrag wat maximaal aan leges betaald moet worden bij een vergunningaanvraag). Het college is voornemens om dit 'plafond' af te schaffen of sterk te verhogen met ingang van 2028.

Gemiddeld genomen betalen dure bouwwerken mee aan de kosten van de gemeente voor goedkope bouwwerken. Dat heet kruissubsidiëring. Voor 2027 is de verwachting dat er wel sprake is van kruissubsidiëring. Dit wordt veroorzaakt doordat in 2027 een aantal grote bouwprojecten verwacht worden. In onderstaand overzicht staat hoe dit uitpakt voor 2027. 

 

Bouwkosten

% van totale lasten

% van totale opbrengst

< € 100.000

30%

15%

€ 100.000 - € 500.000

20%

15%

> € 500.000

 50%

70%

 

De personeelslasten zijn op basis van een jaarlijkse uitvraag over de taakvelden verdeeld. Om de inkomsten voor 2027 in te schatten, kijken we hoeveel aanvragen er in de afgelopen jaren voor kleinere bouwprojecten zijn geweest. De grote projecten (bouwkosten meer dan € 500.000) brengen we per project in beeld. We maken een inschatting van de bouwkosten. Het blijft natuurlijk onzeker of de aanvraag ook daadwerkelijk in 2027 binnenkomt.

De kostendekking voor de totale legesverordening is voor 2027 geraamd op 60%. Het percentage kostendekkendheid wordt grotendeels bepaald door de leges omgevingsvergunning. In 2025 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de kostendekkendheid waarin inzichtelijk is gemaakt welke mogelijkheden er zijn om de kostendekking te verhogen. Dit onderzoek is toen aan de raad aangeboden. In 2026 is specifiek gekeken naar de mogelijkheden om de kostendekking van de omgevingsvergunningen te verhogen. Dit onderzoek is nog niet afgerond: de resultaten hiervan zijn dan ook nog niet verwerkt in deze begroting. 

 

Hieronder staat de kostendekking per clustering van producten. Zo ontstaat ook een beeld van de kruissubsidiëring.

 

bedragen x € 1.000

  lasten taakvelden overhead BTW totale lasten opbrengst heffingen

kostendekkendheid

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

Burgerlijke stand

-71 -24 -1 -97 37

38%

Reisdocumenten

-353 -89 - -443 485

110%

Rijbewijzen

-135 -78 - -213 191

90%

BRP-verstrekkingen -72 -12 -10 -93 44

47%

Bijzondere wetten -7 -7 - -14 103

743%

subtotaal H 1

-638

-210

-11

-860

861

100%

Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving
Kapvergunningen

-67

-53

-3

-123

31

25%

Bestemmingsplannen / omgevingsplannen

-12

-12

-

-24

26

106%

Omgevingsvergunningen

-1.141

-1.002

-29

-2.172

1.000

46%

subtotaal H 2

-1.220

-1.067

-33

-2.319

1.057

46%

Hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijn
Europese Dienstenrichtlijn

-22

-22

-

-44

16

36%

Totaal leges

-1.880

-1.299

-44

-3.223

1.934

60%

N.B. Door afronding is de optelsom van de opbrengst niet gelijk aan het totaal van de legesinkomsten.
De inkomsten leges die onder hoofdstuk 3 vallen, zijn zo laag dat deze niet verder zijn uitgesplitst.

 

Bedragen x € 1.000

Kostendekkingsoverzicht leges  
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente  -1.880
Baten taakveld(en), excl. heffingen -
Netto lasten taakvelden -1.880
Overhead -1.299
BCF-BTW -44
Totale lasten (A) -3.223
Opbrengst heffingen (B) 1.934
Kostendekkendheid (B:A) 60%

 

1.4 Kostendekking

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 1.4 Kostendekking

Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, rekenen we ook overheadkosten mee. Hoe we dat doen, is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Epe 2027. Over de kosten van derden (dus niet het eigen personeel) rekenen we BTW.  Op investeringen moeten we afschrijven. Over het deel van de afschrijving dat gaat over de kosten van derden rekenen we dus ook btw toe aan de heffing. 

 

1.5 Kwijtschelding

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 1.5 Kwijtschelding

Mensen met een inkomen op ongeveer bijstandsniveau en met bijna geen vermogen kunnen de gemeentelijke belasting eigenlijk niet betalen. Zij komen voor kwijtschelding in aanmerking. Dat geldt alleen voor de rioolheffing van gebruikers en voor het vastrecht afvalstoffenheffing. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 94,08. De inkomsten die de gemeente daardoor misloopt, worden betaald door de mensen die geen kwijtschelding krijgen. Gemeenten mogen beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft een zo ruim mogelijk beleid vastgesteld. Als iemand vorig jaar kwijtschelding heeft ontvangen, kan meestal automatische kwijtschelding plaatsvinden. Mensen hoeven dan geen aanvraag in te dienen. 

1.6 Woonlasten

Terug naar navigatie - 1 | Lokale heffingen - 1.6 Woonlasten

We willen dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Dit gaat om de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de grafiek hieronder staat de verwachting voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. Als die verwachting klopt, blijft Epe dus onder het landelijk gemiddelde. De gegevens tot en met 2026 komen uit de COELO-atlas. 

Voor het bepalen van het gemiddelde verbruik bij diftar hanteert COELO andere uitgangspunten dan de gemeente. Voor de begrotingsjaren (2027-2030) is voor Epe uitgegaan van de eigen uitgangspunten. Dit zorgt voor een stijging ten opzichte van 2026. Die is namelijk gebaseerd op de COELO-atlas. We verwachten dat landelijk de woonlasten met 5% stijgen. Dat is het gemiddelde van de afgelopen jaren. Voor Epe houden we rekening met de verwachte tariefswijzigingen en de verwachte toename van het aantal panden.

De voor Epe gebruikte definitie van de woonlasten is in lijn met de landelijke definitie van de woonlasten, namelijk het OZB deel van de woonlasten is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen. 

2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

2.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2.1 Inleiding

Algemeen

Risico’s horen bij het werk van de gemeente. Sommige risico’s hangen samen met activiteiten die we uitvoeren om onze doelen te bereiken. Andere risico’s kunnen de gemeente in het algemeen raken.

Omdat risico’s niet altijd voorkomen kunnen worden en soms bewust worden geaccepteerd, is het belangrijk dat we risicobewust handelen. Dat betekent dat we weten welke risico’s er zijn, hoe groot deze zijn en welke maatregelen we kunnen nemen om ze te beheersen. Ook moeten we bepalen of het resterende risico acceptabel is. Besluiten hierover moeten op het juiste niveau binnen de organisatie worden genomen. Dit maakt onderdeel uit van het risicomanagementproces.

Risicomanagement is een doorlopend proces dat binnen de hele organisatie plaatsvindt. Het in beeld brengen van risico’s is een belangrijk onderdeel van zorgvuldige besluitvorming. Daarnaast moeten we voorbereid zijn op situaties waarin risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Daarom zorgen we ervoor dat voldoende middelen beschikbaar zijn om de gevolgen, waaronder financiële gevolgen, op te vangen.

Risico’s kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld, bijvoorbeeld als intern of extern, en als financieel of niet-financieel. Binnen de gemeente Epe gebruiken we onderstaande indeling. Deze helpt ons om per risico de juiste aanpak te kiezen.

Strategische risico’s

Deze risico’s hangen samen met onze strategie, beleidsdoelen en besluitvorming. Het zijn risico’s die vaak bewust worden genomen omdat ze kunnen bijdragen aan het behalen van doelen. Daarbij wegen we de mogelijke opbrengsten af tegen de risico’s. Waar mogelijk treffen we maatregelen om de kans op optreden of de impact van deze risico’s te verkleinen.

Externe risico’s

Dit zijn risico’s die buiten de invloed van de gemeente liggen. Voorbeelden zijn natuurrampen, economische ontwikkelingen, politieke veranderingen en demografische trends. Ook wijzigingen in wet- en regelgeving of de financiële verhouding met het Rijk kunnen gevolgen hebben voor de gemeente. Daarnaast zijn er onvoorziene gebeurtenissen, ook wel ‘zwarte zwanen’ genoemd, die vooraf moeilijk of niet te voorspellen zijn. Deze risico’s kunnen we meestal niet voorkomen. Daarom richten maatregelen zich vooral op het beperken van de gevolgen wanneer ze zich voordoen.

Operationele risico’s

Deze risico’s ontstaan binnen de organisatie en moeten zoveel mogelijk beheersbaar zijn. Hierbij staat een regelgerichte aanpak centraal. Processen, projecten en systemen moeten zo worden ingericht dat risico’s zoveel mogelijk worden voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen om de uitval van ICT-systemen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken.

2.2 Beleidskaders

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2.2 Beleidskaders

Visie op risicomanagement

In juli 2026 stelde de raad de geactualiseerde Nota Risicomanagement gemeente Epe 2027 vast. In deze nota zijn de visie en uitgangspunten voor risicomanagement beschreven.

De gemeente Epe kiest voor een praktische aanpak van risicomanagement. Daarbij staan niet modellen, berekeningen of theoretische methoden centraal. Deze hulpmiddelen ondersteunen ons waar nodig, maar zijn niet leidend. Risicomanagement maakt onderdeel uit van ons dagelijks werk en van de keuzes die we maken.

We vinden het belangrijk dat medewerkers risico’s herkennen, bespreken en afwegen. Een open gesprek over risico’s helpt om betere beslissingen te nemen. Daarom stimuleren we een hoog risicobewustzijn en zorgen we voor duidelijke en transparante informatie.

Integraal risicomanagement

Binnen de gemeente Epe voeren we risicomanagement integraal uit. Dat betekent dat risicomanagement geen afzonderlijke activiteit is, maar onderdeel vormt van alle processen, projecten en werkzaamheden.

Bij het beoordelen van risico’s kijken we naar verschillende aspecten in samenhang:

  • Financieel
  • Juridisch
  • Maatschappelijk en reputatie
  • Fraude en integriteit
  • Informatie en informatiebeveiliging
  • Organisatorisch

Welke risico’s willen we zoveel mogelijk voorkomen?

Ons risicomanagement is erop gericht risico’s zoveel mogelijk te voorkomen, vooral wanneer deze:

  1. leiden tot het niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken;
  2. het vertrouwen van inwoners en andere belanghebbenden ernstig kunnen schaden;
  3. zorgen voor langdurige uitval van kritische processen of dienstverlening aan inwoners;
  4. een hoge score krijgen in de risicobeoordeling (meer dan 36 punten, waarbij zowel de kans als de impact groot tot zeer groot zijn);
  5. een financiële impact hebben van meer dan 1% van het begrotingstotaal (met uitzondering van grondexploitaties).

Voor de continuïteit van onze dienstverlening bepalen we per proces welk restrisico acceptabel is. Dit gebeurt aan de hand van een risicoanalyse. Processen waarbij de uitval maximaal vier uur mag duren en waarbij maximaal acht uur aan gegevensverlies acceptabel is, worden aangemerkt als hoog-risicoproces. Voor deze processen gelden aanvullende maatregelen om de bedrijfsvoering en dienstverlening te waarborgen.

Risicoproces

Om risico’s tijdig te herkennen, te beoordelen en te beheersen, doorlopen we het risicoproces volgens een vaste en gestructureerde aanpak. Deze bestaat uit de onderstaande stappen.

Beoordeling en prioritering van risico’s

Om risico’s goed te kunnen beoordelen en prioriteren, kennen we aan elk risico een score toe. Deze score is gebaseerd op de mogelijke gevolgen voor:

  • het behalen van onze doelen;
  • het vertrouwen van inwoners en andere belanghebbenden;
  • informatiebeveiliging;
  • de financiële positie van de gemeente.

Bij de beoordeling gaan we uit van het restrisico. Dit is het risico dat overblijft nadat beheersmaatregelen zijn genomen.

Daarnaast maken we onderscheid tussen structurele en incidentele gevolgen. Nadat ook de kans is bepaald dat een risico zich voordoet, kunnen we vaststellen welke risico’s de meeste aandacht vragen en dus de hoogste prioriteit hebben.

In deze paragraaf is een eerste stap gezet in het beoordelen van risico’s volgens de geactualiseerde beleidsnota. De verdere invoering van het vernieuwde risicomanagement vindt plaats in 2027. Daarbij volgen we de acties uit het implementatieplan dat in het najaar van 2026 is opgesteld.

2.3 Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2.3 Weerstandscapaciteit

Weerstandscapaciteit

Binnen het risicomanagement maken we onderscheid tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit.

  • De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om de financiële gevolgen van restrisico’s op te vangen.
  • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente hiervoor daadwerkelijk beschikbaar heeft.

Daarnaast onderscheiden we incidentele en structurele weerstandscapaciteit.

Incidentele weerstandscapaciteit

De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die gebruikt kunnen worden om eenmalige tegenvallers of risico’s op te vangen. Het gaat daarbij om vrij besteedbare middelen, zoals:

  • de algemene reserve;
  • specifieke risicoreserves;
  • incidentele begrotingsruimte;
  • het budget voor onvoorziene uitgaven.

Hoewel het budget voor onvoorziene uitgaven jaarlijks structureel in de begroting wordt opgenomen, rekenen we dit tot de incidentele weerstandscapaciteit. Dit budget moet namelijk elk jaar beschikbaar blijven voor onverwachte, eenmalige tegenvallers.

Bestemmingsreserves rekenen we niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Als deze reserves moeten worden ingezet om risico’s op te vangen, kan het oorspronkelijke doel waarvoor de reserve is gevormd niet meer worden gerealiseerd.

In de Nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2026 zijn de volgende risicoreserves opgenomen:

  1. Algemene reserve;
  2. Reserve bouwgrondexploitatie;
  3. Reserve BUIG (inkomensvoorzieningen);
  4. Reserve voormalig personeel.

Structurele weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om financiële gevolgen van structurele risico’s duurzaam op te vangen binnen de begroting. Hiervoor rekenen we de structurele begrotingsruimte mee.

De zogenoemde onbenutte belastingruimte rekenen we niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Het benutten van deze ruimte vraagt namelijk om afzonderlijke bestuurlijke keuzes en is daarom niet direct beschikbaar voor het opvangen van risico’s.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Op basis van bovenstaande uitgangspunten bestaat de beschikbare weerstandscapaciteit uit de middelen die in het onderstaande overzicht zijn opgenomen.

Bedragen * € 1.000

Weerstandscapaciteit

2027

karakter

Algemene reserve (1)

13.500

incidenteel

Reserve bouwgrondexploitatie

1.854

incidenteel

Reserve BUIG

1.816

incidenteel

Reserve voormalig personeel

402

incidenteel

Begrotingsruimte 2027

0

incidenteel

Onvoorzien 2027

140

incidenteel

Totaal

17.712

 

(1) na verwerking dekkingsplan 2027

2.4 Risico’s

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2.4 Risico’s

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de geïnventariseerde restrisico's. Een risico is een onverwachtse gebeurtenis waarbij het gevolg een negatief effect (schade) heeft op het realiseren van de doelstellingen van de organisatie, bedrijfsvoering, (continuïteit van de) dienstverlening of veiligheid van informatie.

In het oude beleid lag de meeste aandacht op de risico's met een financieel gevolg. Onder het geactualiseerde beleid wordt dit verbreed. Dit proces krijgt in 2027 nader vorm, een eerste stap is doorgevoerd in deze begroting. Onderstaande grafiek laat de geïnventariseerde risico's zien. Een toelichting op deze risico's is te vinden in de programma's.

Hieruit blijkt dat de onderstaande risico's qua beheersing de meeste prioriteit vragen. De getroffen beheersmaatregel staan per risico kort benoemd:

Toenemend gebruik van de Jeugdzorg: Beheersing vindt plaats ten eerste door het verkrijgen van inzicht via periodieke monitoring van volume- en prijsontwikkelingen. Via inzet op preventie en het versterken van de eigen kracht, wordt invloed uitgeoefend op de instroom in de jeugdzorg. Om beheersing verder te versterken, vindt in 2026/2027 een onderzoek naar de jeugdzorg plaats.

Toenemend gebruik van de Wet maatschappelijke ondersteuning: Beheersing vindt plaats via periodieke monitoring van volume- en prijsontwikkelingen. Daarnaast inzet op versterken zelfredzaamheid en preventieve maatregelen zoals valpreventie. Op Rijksniveau worden maatregelen uitgewerkt in de vorm van de afschaffing van het abonnementstarief en het vervallen van de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening.

Vertraging bij grote investeringen/bouwprojecten. Beheersing vindt plaats via zorgvuldige voorbereiding en fasering van projecten. Periodiek worden risicoanalyses en kostenramingen geactualiseerd. Goede inrichting van kredietbewaking en periodieke tussentijdse rapportages. Marktontwikkelingen, wetgeving en planningsrisico's worden actief gemonitord. Als financieel vangnet wordt een budget voor onvoorziene kosten opgenomen binnen projectbegrotingen.

Hack / inbreuk op informatieveiligheid: Treffen van organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen conform de CBW/NIS2, Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO. Periodiek uitvoeren van risicoanalyses, investeren in bewustwording onder medewerkers, monitoren leveranciersrisico's en versterken van de cyberweerbaarheid om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen.

Klimaatverandering c.a.: Uitvoering van het klimaatadaptatiebeleid en het gemeentelijk water- en rioleringsprogramma. Klimaatbestendig inrichten van openbare ruimte en investeringsprojecten. Monitoring van kwetsbare locaties voor droogte, wateroverlast en hittestress. Structurele actualisatie van beheerplannen en investeringsprogramma's. Benutten van provinciale, landelijke en Europese subsidiemogelijkheden.

 

Programma / risico's Risicokenmerken

Programma 1 - Toenemend gebruik van de Jeugdzorg (+ 10% volume/prijs/zwaarte)

  • Kansklasse: 4 (Zeer groot)
  • Structureel, extern risico
  • Financiële impact: € 1,68 miljoen
Programma 3: toenemend gebruik van de Wet Maatschappelijke ondersteuning: 
  • Kansklasse 4 (Zeer groot)
  • Structureel, extern risico 
  • Financiële impact: € 1,54 miljoen
Programma 5: negatieve uitkomsten grondexploitaties
  • Kansklasse: 2 (Midden)
  • Incidenteel, strategisch/extern risico
  • Financieel risico: € 1,33 miljoen
Programma 5: Vertraging/onvoorziene kosten investeringen en bouwprojecten (3% investeringsvolume komende 2 jaar).
  • Kansklasse: 3 (Groot)
  • Structureel, strategisch/extern risico
  • Financiële impact: € 0,72 miljoen
Programma 5: Verstrekte garanties en borgstellingen
  • Kansklasse: 1 (Klein)
  • Incidenteel, strategisch risico
  • Financiële impact: € 0,002 miljoen
Programma 6: klimaatverandering, extreme weersomstandigheden en natuurbranden
  • Kansklasse: 3 (Groot)
  • Structureel, extern risico
  • Financiële impact: € 0,25 miljoen.
Programma 10: Tekort exploitatie Lucrato / meer participatietrajecten (+ 5% en prognose tekort Lucrato)
  • Kansklasse: 3 (Groot)
  • Structureel, strategisch/extern risico
  • Financiële impact: € 0,21 miljoen.
Programma 10: Extra beroep op minimabeleid en schuldhulpverlening (+ 10% meer aanvragen)
  • Kansklasse: 2 (Midden)
  • Structureel, strategisch/extern risico
  • Financiële impact: € 0,16 miljoen
Programma 10: extra beroep op inkomensvoorzieningen (+10% hogere instroom)
  • Kansklasse: 3 (Groot)
  • Structureel, extern risico
  • Financiële impact: € 1,85 miljoen
Programma 11: negatieve uitkomst herverdeling algemene uitkering gemeentefonds
  • Kansklasse: 3 (Groot)
  • Structureel, extern risico
  • Financiële impact: € 0,1 miljoen
Programma 11: juridische procedures en aansprakelijkheidsrisico's
  • Kansklasse: 3 (Groot)
  • Structureel, extern risico
  • Financiële impact: € 0,1 miljoen
Programma 11: inbreuk op informatiebeveiliging / hack
  • Kansklasse: 2 (Midden)
  • Structureel, extern risico
  • Financiële impact: € 0,4 miljoen
Programma 11: Hogere personele kosten (5% van de loonsom)
  • Kansklasse: 4 (Zeer groot)
  • Structureel, strategisch/extern risico
  • Financiële impact: € 0,38 miljoen
Programma 11: Hogere bijdragen aan verbonden partijen (5% bijdragen aan verbonden partijen exclusief Lucrato)
  • Kansklasse: 3 (Groot)
  • Structureel, strategisch/extern risico
  • Financiële impact: € 0,23 miljoen
Totaal financiële impact: 8,95 mln.

 

2.5 Conclusie weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2.5 Conclusie weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bepalen we tot slot door de verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze verhouding, ratio genoemd, geeft een indicatie van hoe solide de begroting is. Voldoende weerstandsvermogen zorgt ervoor dat onverwachte financiële tegenvallers (door optreden van risico’s) kunnen worden opgevangen en geen effect hebben op de uitvoering van vastgesteld beleid.

Voor de beoordeling van de omvang van het weerstandsvermogen maken we gebruik van onderstaande waarderingstabel die is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement.

Als norm voor het weerstandsvermogen hanteren wij het waarderingscijfer C. Dit betekent dat de ratio tussen de 1,0 en 1,4 moet liggen. Als de ratio lager wordt dan 1,0, dienen risico’s te worden verminderd of meer weerstandscapaciteit beschikbaar worden gemaakt

Weerstandsvermogen * € 1.000

2027

Beschikbare weerstandscapaciteit

17.712

Benodigde weerstandscapaciteit (restrisico's)

8.950

Ratio weerstandsvermogen

1,98

 

2.6 Kengetallen

Terug naar navigatie - 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2.6 Kengetallen

De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven.

 

Kengetal

Verslag
2025

Begroting
2026

Begroting
2027

Begroting
2028

Begroting
2029

Begroting
2030

1a. Netto schuldquote

- 16,6%

3,61%

13,5 21,2 35,5 44,6

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

- 23,4%

-2,5%

7,9 15,4 29,6 38,8

2.  Solvabiliteitsratio

73%

66%

68% 68% 60% 55%

3.  Grondexploitatie

0,3%

-0,1%

0,3% 0,3% 0,3% 0,3%

4.  Structurele exploitatieruimte

7,5%

2,1%

0,48% -1,14% -2,10% -1,71%

5.  Belastingcapaciteit

95%

101%

92% 96% 99% 101%

 

2.6.1    Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

Duiding

De netto schuldquote loopt gedurende de begrotingsperiode op. Dit betekent dat de schuldpositie toeneemt ten opzichte van de omvang van de begroting. De stijging hangt samen met de financieringsbehoefte die samenhangt met het stevige investeringsniveau in de komende jaren. Investeringen in maatschappelijke accommodaties en onderwijs vormen hierin een belangrijk onderdeel. Hierdoor neemt de financiële verplichting die op toekomstige begrotingen drukt in de vorm van rentelasten toe.

 

2.6.2    Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal.

Duiding

De solvabiliteitsratio blijft aanvankelijk stabiel op een hoog niveau, maar neemt vanaf 2028 af van 68% naar 55% in 2030. Dit betekent dat het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen afneemt. De gemeente wordt daarmee in de loop van de begrotingsperiode in grotere mate afhankelijk van vreemd vermogen. De verklaring daarvoor staat onder de schuldquote.

 

2.6.3    Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve.

Duiding

Het kengetal grondexploitatie blijft gedurende de begrotingsperiode nagenoeg stabiel rond 0,3%. Het financiële belang van de grondexploitaties is daarmee beperkt in verhouding tot de totale baten van de gemeente.

 

2.6.4    Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Duiding

De structurele exploitatieruimte verslechtert gedurende de begrotingsperiode. Na een nog positief percentage in 2026 wordt het kengetal vanaf 2027 negatief en bereikt het in 2029 het laagste niveau. In 2030 treedt enig herstel op, maar blijft de structurele exploitatieruimte negatief. Dit betekent dat de structurele lasten vanaf 2027 hoger zijn dan de structurele baten en dat de meerjarenbegroting structureel nog niet in evenwicht is. Hiervoor wordt het project "Financiële ruimte voor morgen" opgestart.

 

2.6.5    Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Duiding
Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente stijgen. Deze kengetallen wijken af van de presentatie van de woonlasten (grafiek) in de paragraaf lokale heffingen. Daar blijven de woonlasten in Epe in ieder jaar onder het landelijk gemiddelde, omdat daar uitgegaan wordt van een verwachte stijging van de landelijke woonlasten. Hier wordt, op basis van de regelgeving voor alle jaren, een vergelijking gemaakt met het landelijk gemiddelde van 2026. De woonlasten in de gemeente Epe 2027 blijven onder dat landelijk gemiddelde 2026, behalve in 2030.

 

3 | Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - 3.1 Inleiding

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de begroting is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de begroting omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid.

3.2 Beleidskaders

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - 3.2 Beleidskaders

Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen:

  • Wegenbeleidsplan
  • Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2026-2030)
  • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan
  • Beleidsplan openbare verlichting
  • Beleidsplan civiele kunstwerken
  • Beleidsplan begraafplaatsen gemeente Epe 2026-2030 

3.3 Stand van zaken

Terug naar navigatie - 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - 3.3 Stand van zaken

Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de begroting.

Financiële vertaling van het onderhoud in de begroting (bedragen in € 1.000):

Beleids-en beheerplan

Jaar vaststelling raad

Looptijd t/m

Achterstand onderhoud

Kosten 2025

Begroting 2026

Structureel
m.i.v. 2027

Wijze

Wegen

2014

2018

Ja*

3.114 2.285 3.449

structureel budget met egalisatiereserve en aanvulling onderhoud

Gemeentelijke watertaken

2026

2030

Nee 1.026 986 1.262

structureel budget

Civiele kunstwerken

2023

2027

Nee

36 37 36

storting voorziening

14 19 19

structureel budget

Bomen en groen

2010

-

 Nee

1.243 1.270 1.510

structureel budget

Openbare verlichting

2017

2026

Nee

100 66 67

structureel budget

Gebouwen

-

-

Nee

431 389 460

storting voorziening

302 278 244

structureel budget

* Het groot onderhoud van Wegen in de gemeente heeft een achterstand opgelopen. Hiervoor is extra budget gereserveerd om deze achterstand op korte termijn weg te werken. Om de volledige achterstand in te lopen, is in deze begroting aanvullend het resterende bedrag opgenomen: € 1,3 mln. verdeeld over 2027 (€ 1,05 mln. en 2028 € 0,25 mln.

De kosten 2025 betreffen de werkelijk gemaakte kosten. De financiële vertaling in de begroting vindt plaats door het instellen van een onderhoudsvoorziening waarin jaarlijks een gelijkblijvend bedrag wordt gestort of door een structureel budget waaruit de onderhoudskosten worden betaald eventueel aangevuld met een egalisatiereserve waarmee de lasten over de jaren verspreid worden.

Onder gebouwen zijn het gemeentehuis, de brandweerkazernes, wijkgebouwen, bibliotheken, dienstgebouwen, gymlokalen, streekarchief, kinderopvang opgenomen. Voor al deze gebouwen zijn er actuele meerjarenonderhoudsplannen.

De geraamde financiële middelen in de begroting ten behoeve van het onderhoud aan de kapitaalgoederen zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Hierbij dient echter een voorbehoud te worden gemaakt dat dit afhankelijk is van de toekomstige inflatie en prijsindexatie.

3.3.1 Wegen

In gemeente Epe ligt ongeveer 890 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ca 300 ha. Bijna de helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 30% uit elementen en 20% is onverhard of bestaat uit beton. Jaarlijks wordt het weg areaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaatshad.

In de begroting zijn structureel extra middelen opgenomen om de kwaliteit van de wegen in het buitengebied op langere termijn naar een hoger niveau te tillen door het aanbrengen van bermverharding. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een structureel budget. Daarnaast is er een egalisatiereserve onderhoud wegen die de fluctuerende uitgaven voor het onderhoud over de jaren heen egaliseert door middel van een storting in of onttrekking aan deze egalisatiereserve.  
In het voorjaar van 2026 zijn de wegen geïnspecteerd. Deze resultaten zijn verwerkt in een rapportage waarbij de inspecties zijn getoetst aan het door de raad besloten onderhoudsniveau “laag”. Hierbij is vastgesteld dat het onderhoudsniveau laag, op diverse plekken niet wordt gehaald. Dit is onwenselijk en ontoelaatbaar. Er kunnen meerdere oorzaken aan deze verslechtering ten grondslag liggen zoals: toenemend (landbouw)verkeer, klimaatverandering (vernatting, verdroging, en hogere wegdektemperaturen) en hogere verkeersintensiteiten. Ook is er in de wegenbouwbranche sprake van grote kostenstijgingen de afgelopen jaren. Het kwaliteitsniveau “laag” houdt overigens in dat er aanzienlijke schade zichtbaar mag zijn, zoals spoorvorming, dwarsonvlakheid en rafeling. Veel reparaties zijn zichtbaar, en er is sprake van enig risico. Voor het inlopen van de achterstand wordt in de begroting 2026 -2029 middelen opgenomen om de achterstanden weg te werken. 

Inmiddels zijn we ook bezig met het opstellen van een integrale visie op de openbare ruimte (IBOR). Hierbij worden de kwaliteitsniveaus van de verschillende assets in de gemeente op elkaar afgestemd. Begin 2027 zal dit worden besproken met uw raad.  

 

3.3.2 Riolering 

Het rioolnetwerk in de gemeente is ca. 475 kilometer lang. Daarvan is 240 kilometer drukriolering en 235 kilometer vrijverval en infiltratie riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.046 mini gemalen en 22 riool gemalen. Alle gemalen worden jaarlijks preventief onderhouden. In het Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2026t/m2030) zijn de benodigde maatregelen voor het verbeteren en in standhouden van de riolering genoemd. Tevens is er extra aandacht voor wateroverlastlocaties en het vasthouden en bergen van hemelwater. De verwachte uitgaven voor onderhoud en vervanging van de riolering zijn in het GWP opgenomen en vertaald in de begroting.  

Jaarlijks wordt een deel van het areaal geïnspecteerd met gedetailleerde camera-inspecties. Op dit moment is de kwalitatieve toestand van nagenoeg alle riolen in beeld. 

 

3.3.3 Civiele kunstwerken 

De gemeente Epe heeft in totaal 68 bruggen en 2 fietstunnels in eigendom. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan civiele kunstwerken. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Voor de periode 2023 t/m 2027 is een beleidsplan civiele kunstwerken vastgesteld.

 

3.3.4 Bomen en groen 

Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. 

Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, letterzetter, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d.

De gemeente Epe heeft op 9 december 2021 de omgevingsvisie ‘’Natuurlijk goed leven’’ vastgesteld. De uitwerking van de omgevingsvisie vindt plaats in de vorm van gebiedsvisies. In de gebiedsvisies maken we een integrale uitwerking van de verschillende ruimtelijke opgaven. Onze waardevolle leefomgeving staat daarbij centraal. Het groenstructuurplan en het bomenbeleid zullen in 2026 worden vertaald in een integrale groenvisie en de verordening fysieke leefomgeving. 

Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan een aannemer en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2027. Verlenging van het contract met een termijn van 2 jaar wordt onderzocht evenals andere opties voor de nieuwe onderhoudsperiode. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

 

3.3.5 Openbare verlichting 

Het beleids- en beheerplan openbare verlichting 2017-2026 heeft als belangrijkste doel van het leggen van een bestuurlijke beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. In 2016 is via “Epe spreekt” een onderzoek gedaan hoe de burgers van de gemeente Epe de openbare verlichting ervaren. Op basis van deze resultaten is een nieuw beleidsplan voor de periode 2017-2026 opgesteld.  

Er zijn 6.531 masten, 6.616 armaturen en 6.616 lampen in beheer. Hiervan zijn 6.174 masten, 6.259 armaturen en 6.259 lampen in beheer bij de gemeente als eigenaar. In de gemeente staan 8 provinciale masten, 343 Triada masten en 6 masten zijn van Dorpsbelang Oene. Het doel is om in 2027 de laatste vervangingen door LED uit te voeren, waarna de gehele gemeente is voorzien van LED (m.u.v. het centrum van Epe, welke meelift met de herinrichting). Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. 

 

3.3.6 Gebouwen 

Er zijn 47 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Voor alle gebouwen en woningen is een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt 50% van de MJOP's van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d.

Op basis van de MJOP's zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het gemeentehuis, de binnen-en buitenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen, gebouwen begraafplaatsen en het Streekarchief. Het dagelijks onderhoud wordt bekostigd uit structurele budgetten die in de begroting zijn opgenomen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.

 

3.3.7 Begraafplaatsen 

Voor de gemeentelijke begraafplaatsen is het Beleidsplan Begraven, Begraafplaatsen en Gedenken vastgesteld. Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen is een Beheervisie begraafplaatsen vastgesteld. De Beheervisie omschrijft de verschillende sferen en karakteristieken per begraafplaats en bepaalt hoe deze kunnen worden behouden en waar nodig versterkt kunnen worden. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om de benodigde werkzaamheden die in de Beheervisie staan omschreven te kunnen uitvoeren. 

4 | Financiering

4.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - 4.1 Inleiding

In de gemeente Epe gaat veel geld om. Daar zijn risico's aan verbonden. Het is belangrijk dat goed te besturen en te beheersen. In deze paragraaf laten we zien hoe we dat doen: ons beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico's.  

4.3 Relevante ontwikkelingen / risico’s

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - 4.3 Relevante ontwikkelingen / risico’s

In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn twee instrumenten opgenomen om de financieringsrisico's (renterisico's) te beperken: De kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.

Zie bijlage 6 voor de verplichte overzichten met de berekening van de kasgeldlimiet en van de renterisiconorm.

 

4.3.1    Kasgeldlimiet

Grote veranderingen in rentes willen we vermijden. Leningen die we snel moeten terugbetalen heten ook wel 'kort geld'. Als daarvan de rente stijgt, is het gevolg dat we al snel meer aan rente moeten betalen. De wet FIDO stelt daarom een grens: De kasgeldlimiet. Meer dan dat bedrag mogen we niet financieren met kort geld. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% van alle lasten die in de begroting staan (het begrotingstotaal). Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2027 € 12,5 miljoen (zie bijlage 6).

De gemeente Epe heeft op het moment van het opstellen van de begroting geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld). 

 

4.3.2    Renterisiconorm

De rente van een langlopende lening staat voor een bepaalde tijd vast. Als die periode afloopt, kan het zijn dat de rente hoger is. Dan moeten we voor dezelfde lening meer rente betalen. Als op hetzelfde moment veel lange leningen tegelijk aflopen, dan moeten we ineens veel meer rente gaan betalen. Daarom staat in de wet FIDO de renterisiconorm. Die bepaalt hoeveel van de langlopende schulden in één jaar mogen aflopen: Maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen we opnieuw financieren of daarvan mag de rente worden gewijzigd. Voor Epe is dit ruim € 29 miljoen (zie bijlage 6).

De gemeente Epe heeft op het moment van het opstellen van deze begroting geen langlopende leningen. De verwachting is dat vanaf 2028 langlopende leningen aangetrokken zullen worden.

4.4 Financiering

Terug naar navigatie - 4 | Financiering - 4.4 Financiering

4.4.1    Financieringspositie

De financieringspositie geeft de financieringsbehoefte van de gemeente aan. Als we meer geld uitgeven dan dat er binnen komt, dan moeten we geld lenen. Dat heet een financieringstekort. 
Bij het opstellen van de begroting 2027 houden we een positief saldo bij de 's Rijks schatkist aan.  Er is dan ook geen noodzaak om geld te lenen. Vanaf 2028 ontstaat er wel een behoefte om geld te lenen, omdat de gemeente grote investeringen gepland heeft, met name op het gebied van onderwijshuisvesting, accommodaties en mobiliteit. Als dan blijkt dat er niet genoeg geld beschikbaar is om de (reguliere) uitgaven en investeringen te kunnen doen, zal externe financiering moeten worden aangetrokken. 
Met onderstaand overzicht willen wij een indicatie geven van de financieringsbehoefte van de gemeente in de komende jaren. Dit is berekend met de cijfers uit de geprognostiseerde balans. De werkelijke behoefte om externe financiering aan te trekken is echter afhankelijk van het daadwerkelijk verloop van de geplande investeringen en de liquiditeit gedurende het jaar, waarmee in onderstaand overzicht geen rekening is gehouden. Uit onderstaande berekening blijkt een financieringstekort van € 3,4 miljoen in 2027.

 

Financiering

2026

2027 

2028

2029

2030

Boekwaarde vaste activa (a)

109.400 113.600

120.500

 

137.400

148.300

Vermogen (reserves, voorzieningen) (b)

106.000 96.500 94.700 94.000 92.900

Financieringsbehoefte
(c = a-b)

3.400 17.100 25.800 43.400 55.400

 

         

Vaste schulden (d)

0 0 6.300 21.900 33.900

 

         

Financieringspositie
(c-d)

3.400 17.100 19.500 21.500 21.500

Als we moeten lenen, zullen we dat doen met kort geld of met een langlopende lening. Dit is onder meer afhankelijk van de actuele rentepercentages en de verwachte duur van de financieringsbehoefte. 
Voor kort geld gelden andere rentepercentages dan voor leningen met een lange looptijd. In onze begroting gebruiken wij de rente uit de ‘Voorjaarsraming’ van De Nederlandsche Bank van juni 2026, zie onderstaand overzicht. Er wordt verwacht dat de korte rente lager zal zijn dan de lange rente. 
 

Rente 

2027

2028

2029

2030

Rente kort

2,8% 2,7% 2,7% 2,7%

Rente lang

3,4% 3,5% 3,5% 3,5%

 

4.4.2    Leningenportefeuille

Epe heeft op het moment van het opstellen van de begroting 2027 geen langlopende leningen. Op basis van deze begroting zal dit de komende jaren gaan veranderen, omdat het hoge investeringsniveau er toe zal leiden dat we extern moeten gaan lenen.

De provincie Gelderland houdt toezicht op de financiën van gemeenten. Op hun website publiceren zij veel gegevens over de Gelderse gemeenten, waaronder hoeveel schuld elke gemeente heeft. 

 

4.4.3    Uitzettingen

De gemeente mag niet teveel geld op de bankrekening hebben staan. Als het bedrag boven een bepaalde drempel uitkomt, zijn we verplicht de overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (in de schatkist van het Rijk). Hierover ontvangen wij rente. 
Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat buiten 's Rijks schatkist mag worden aangehouden. Volgens de rekenregels mag de gemeente Epe een positief rekening-courantsaldo bij de banken aanhouden van € 2,9 miljoen (gebaseerd op begroting 2027).  

 

4.4.4  Renteschema

Conform het advies van de Commissie BBV wordt een renteschema opgenomen in de begroting en de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en rentebaten van de gemeente en het verwachte renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan investeringen, grondexploitaties en projecten. In bijlage 6 is de berekening van het renteschema opgenomen. 

5 | Bedrijfsvoering

5.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.1 Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en de gewenste ontwikkeling om inwonersgericht te werken. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC).

5.2 Beleidskaders

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.2 Beleidskaders

De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten:

  • Toekomstvisie Epe 2030
  • Visie op positie gemeente in Eper samenleving 'Samen verder' 2024

Daarnaast zijn de inrichting van de organisatie en kaders voor de bedrijfsvoering vastgesteld in de volgende documenten:

  • Sturingsconcept 'Samen werken' 2024
  • Mandaat- en volmachtregeling gemeente Epe 2026
  • Informatiebeleid 2023-2027
  • Nota risicomanagement (2027)
  • Visie HRM (2019)
  • Strategisch informatieveiligheids- en privacybeleid (2024)

De uitgangspunten voor de P&C-cyclus en de financiële inrichting stelde de raad vast in de Financiële verordening gemeente Epe 2027 en diverse onderliggende nota's.

5.3 Beleidsvoornemens

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3 Beleidsvoornemens

Er zijn voor onze inwoners. Dat is de opgave waar we iedere dag voor staan. De samenleving verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rolinvulling gevraagd. Daar waar de gemeente in het verleden vaak de "bepaler" was, wordt het nu steeds belangrijker om de medespeler te zijn. De saamhorigheid in de Eper samenleving is groot en dat geldt ook voor de mogelijkheid van onze inwoners om zelf problemen op te lossen. Door hier als gemeente goed op aan te sluiten, bouwen we verder aan dit fundament en zorgen we voor versterking. We willen als gemeente samen met onze inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen vormgeven aan goed natuurlijk leven in Epe, Vaassen, Emst en Oene. Hoe we dat doen, legden we vast in de visie 'Samen verder'. 

Om de ambitie werkbaar te maken, vertaalden wij deze door naar de inrichting en werkwijze van de organisatie. Dit is in 2024 vastgelegd in een nieuw sturingsconcept: 'Samen werken'. Leidend hierin is dat we werken vanuit drie kernwaarden: samen, transparant en denken in mogelijkheden. Binnen de diverse onderdelen van de bedrijfsvoering zijn deze principes zichtbaar. 

5.3.1 Organisatie

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.1 Organisatie

De inrichting van de organisatie is ondersteunend aan onze maatschappelijke opgaven. Hoe we dat doen is in de eerdergenoemde visie Samen Verder vastgelegd. De leidende principes daarin zijn:

Vanuit het motto ‘Onze inwoners staan centraal’ werken we aan drie samenhangende hoofdopgaven:

 1. Dienstverlening:

We bieden makkelijke, persoonlijke, toegankelijke en betrouwbare dienstverlening en zorgen dat medewerkers daarvoor intern goed worden ondersteund.

2. Integraal inwonersgericht werken:

We zijn zichtbaar en dichtbij, betrekken inwoners actief en geven ruimte om mede richting te geven aan de leefomgeving. We ondersteunen initiatieven vanuit de samenleving en werken daarvoor over teamgrenzen heen met elkaar samen.

3. Organisatieontwikkeling:

We bouwen aan een toekomstbestendige organisatie waarin medewerkers vanuit vertrouwen en duidelijke rollen samenwerken en zich blijven ontwikkelen om de maatschappelijke opgaven te realiseren.

Wat gaan we concreet doen in 2027?

Dienstverlening:

  • We werken aan dienstverlening die makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar is. Slimme digitale technologie ondersteunt onze dienstverlening, waarbij persoonlijk contact altijd mogelijk blijft en we veel aandacht hebben voor veiligheid en privacy.
    Op basis van het in 2026 organisatiebreed ingezette verbetertraject richten we ons op:
  • het verbeteren van de bereikbaarheid van de organisatie
  • een klantgerichte afhandeling van vragen en informatieverzoeken
  • meer selfservice en een betere vindbaarheid van informatie op de website
  • het realiseren van een persoonlijke internetpagina, waarop inwoners de status van hun aanvragen kunnen volgen en met de gemeente kunnen communiceren
  • Bij deze verbeteringen betrekken we de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek naar de digitale dienstverlening.
  • We verkennen en benutten nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie om onze dienstverlening verder te verbeteren. Zo nemen we deel aan de VNG-pilot voor AI-chat. Voor onze technische infrastructuur sluiten we aan bij landelijke standaarden en de uitgangspunten van Common Ground en de Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS).
  • De visie ‘Samen verder’ vertalen we onder andere op basis van trainingen en workshops naar praktische handvatten. Zodat medewerkers weten welk gedrag en welke houding in de praktijk worden verwacht.
  • We maken het meldpunt Openbare Ruimte toegankelijker en eenvoudiger in gebruik.
  • Met de hoogste A-status als ambitie blijven we werken aan dienstverlening die voor iedereen toegankelijk is en voldoet aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid.
  • Samen met externe partners, zoals de Omgevingsdienst voor vergunningverlening, Circulus voor afvalinzameling en Vebego voor meldingen in de openbare ruimte, bekijken we hoe we de dienstverlening en afspraken daarover binnen de samenwerkingsovereenkomsten kunnen laten aansluiten bij onze dienstverleningswaarden: makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar.
  • We versterken ons inzicht in hoe inwoners onze dienstverlening ervaren. Hiervoor richten we een verbetercyclus in om continu inwonerstevredenheid te onderzoeken en feedback en signalen op te halen. De verkregen inzichten gebruiken we om onze dienstverlening doorlopend en gericht te verbeteren.

Inwonersgericht werken:

  • We werken binnen alle participatietrajecten vanuit de nieuwe ‘Participatieaanpak Samen verder’. De nieuwe participatieverordening geldt daarbij als wettelijk kader.
  • de nieuwe participatieaanpak wordt hiervoor vastgesteld door het college
  • de participatieverordening moet worden vastgesteld door de gemeenteraad
  • medewerkers worden getraind in het toepassen van de aanpak
  • we evalueren participatietrajecten na afloop zodat we leren van ervaringen en we onze aanpak kunnen blijven doorontwikkelen
  • Als zij dat wensen ondersteunen we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij het realiseren van hun eigen maatschappelijke initiatieven of die voortkomen vanuit het uitdaagrecht.
  • Om onze gebiedsgerichte aanpak te versterken verkennen we hoe we dichter bij de dorpen en kernen kunnen werken en beter kunnen aansluiten bij wat daar speelt. Daarbij onderzoeken we onder andere de mogelijke inzet van dorpswethouders.

Organisatieontwikkeling:

  • We hanteren concrete jaarplannen met werkbare prestatieplanningen.
  • We stellen een rolverdeling vast in de 1e en 2e lijns werkzaamheden en implementeren deze rolverdeling.
  • We verbeteren de afstemming van processen tussen beleid en uitvoering zodat de samenwerking wordt versterkt.
  • We stellen een uniform beleidsproces vast en implementeren dit.
  • We stellen een beleidsplan Leren en Ontwikkelen vast en implementeren dit.
  • We implementeren een programmatische aanpak van weerbaarheid via de drie lijnen robuuste crisisorganisatie, bedrijfscontinuïteit en externe weerbaarheid.
  • We voeren het vastgestelde beleidsplan Inclusie en Diversiteit uit.

5.3.2 Communicatie

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.2 Communicatie

Vanuit de visie Samen Verder bouwen we verder aan vertrouwen en samenwerking met de samenleving. Daarin geven wij onszelf de ruimte om in de praktijk ervaring op te doen en daar met inwoners van te leren. 

 

Wat gaan we concreet doen in 2027?

Op gebied van communicatie zetten we in op het actief openbaar maken van collegevoorstellen en duidelijke, toegankelijke openbare besluitenlijsten. We geven meer aandacht aan achtergrond en verdieping zodat voor inwoners de context van besluiten meer helder wordt. We blijven medewerkers stimuleren o duidelijk en helder te schrijven door het vergroten van inzicht in het belang van duidelijke taal, trainingen en ondersteuning vanuit formats en sjablonen. Als lerende organisatie vragen we daarbij actief feedback aan onze inwoners op onze schriftelijke communicatie.

 

We geven uitvoering aan de nieuwe participatieverordening en -aanpak. Deze geven duidelijke richtlijnen voor inwonerparticipatie en focussen op het tijdig in gesprek gaan, kaders en afspraken aan de voorkant goed vastleggen, goed terugkoppelen en evaluatie van de participatie.  We trainen medewerkers in de aanpak goed toe te passen en willen samen met inwoners leren in participatietrajecten. 

5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering

Een betrouwbare informatievoorziening is onmisbaar voor de continuïteit van onze organisatie en voor goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Veel van het werk dat hiervoor nodig is, gebeurt buiten het zicht van de gebruiker. Informatisering verbindt werkprocessen, applicaties en gegevens en zorgt voor betrouwbare, veilige en gebruiksvriendelijke digitale voorzieningen. Zij ondersteunt de organisatie bij het gebruik en de verbetering daarvan, bewaakt de kwaliteit en toegankelijkheid van informatie, voert regie op ICT-leveranciers en adviseert over digitale ontwikkelingen. Daarbij staan privacy, informatieveiligheid, archivering en naleving van wet- en regelgeving centraal.

 

Naast het in stand houden en verbeteren van de dagelijkse informatievoorziening werkt de gemeente aan de ambities uit het informatiebeleid. Deze ambities zijn uitgewerkt in vier thema’s:

  1. Dienstverlening
  2. Verbindende overheid
  3. Datagedreven werken en innovatie 
  4. Informatiehuishouding op orde.   

Ontwikkelingen die in 2026 zijn ingezet, werken in 2027 door in onze werkzaamheden. Het gaat onder meer over de inzet van AI, de gevolgen van het datalek, de invoering van de Cyberbeveiligingswet en de verdere ontwikkeling van het Noord-Veluws Archief (NoVA). Ook gaat datagedreven werken een volgende fase in.

 

Wat gaan we concreet doen in 2027?

In 2027 gaan we verder met de invoering van de Wet open overheid (Woo) en de Wet digitale overheid (Wdo). We volgen de landelijke ontwikkelingen rond Common Ground en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en vertalen deze naar de informatievoorziening van Epe. Daarnaast professionaliseren we onze informatievoorziening door de architectuur en het beheer van data en systemen te versterken, de eerste- en tweedelijnsondersteuning verder te ontwikkelen en de regie op IT-leveranciers aan te scherpen. Zo blijven digitale voorzieningen betrouwbaar, beheersbaar en toekomstbestendig.

- Datagedreven werken en innovatie
In 2027 is het datawarehouse beschikbaar en zal het datateam worden versterkt met extra data-expertise. Daarmee kunnen we meer en ingewikkeldere datavraagstukken vanuit de organisatie ondersteunen. De kwaliteit van onze belangrijkste registraties zal worden verhoogd en actief gemonitord zodat de data die we gebruiken actueel en integer is. Het gebruik van AI zal toenemen en beleid hierop worden vastgesteld. Ook zullen medewerkers verder getraind worden op het gebied van AI en data. Op deze manier werken we verder aan een toekomstbestendige organisatie die nieuwe technologie op een verantwoorde en effectieve manier inzet ten dienste van inwoners, medewerkers en bestuur.

- ICT-Infrastructuur
In 2026 zijn de laatste systemen in de cloud gezet en is onze digitale werkplek ingericht. 2027 zal gaan over goed regie voeren maar ook het vervangen van onze laptops. Ook het beheren van de toegang tot onze omgevingen met betrekking tot nieuwe technologie zal veel inzet vragen. Nieuwe mogelijkheden zijn mooi, maar het moet wel veilig en verantwoord worden ingezet.

- Informatieveiligheid
In 2027 voeren we naast de jaarlijkse ENSIA-controles de verplichtingen uit de Cyberbeveiligingswet (CBW) in. Medewerkers en bestuurders volgen trainingen uit het bewustwordingsprogramma en we richten een systematiek in waarmee we aantoonbaar en structureel grip houden op onze informatieveiligheid. Ook voeren we penetratietesten uit, oefenen we crisisscenario’s en nemen we maatregelen die volgen uit de evaluatie van het datalek. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen rond digitale autonomie en digitale soevereiniteit. De mogelijke gevolgen voor de continuïteit, veiligheid en afhankelijkheid van leveranciers vragen om een standpunt van de gemeente Epe.

  
- Informatiebeheer en archivering 
NoVA (streekarchief) is volledig operationeel, digitalisering van bouwdossiers en het opschonen van het archief zijn daar belangrijke projecten. De invoering van de nieuwe archiefwet

5.3.4 Juridische Zaken

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.4 Juridische Zaken

Juridische Zaken draagt bij aan een betrouwbare, zorgvuldige en transparante overheid. Het team ondersteunt het gemeentebestuur, management en de organisatie bij het rechtmatig uitvoeren van gemeentelijke taken en het zorgvuldig omgaan met de belangen en rechten van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

De werkzaamheden van Juridische Zaken bestaan uit juridische advisering, juridische kwaliteitszorg, privacybescherming, behandeling van Woo-verzoeken, coördinatie van klachten en de ondersteuning van de onafhankelijke commissie bezwaarschriften. Door deze taken centraal te organiseren wordt kennis geborgd, worden juridische risico's beperkt en wordt geleerd van bezwaar-, klacht- en beroepsprocedures. Dit draagt bij aan de voortdurende verbetering van de dienstverlening en besluitvorming.

Privacy en gegevensbescherming

De gemeente verwerkt dagelijks persoonsgegevens. Juridische Zaken draagt zorg voor een zorgvuldige uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en andere privacywetgeving, waaronder de Wet politiegegevens (Wpg) waar deze van toepassing is.

Binnen Juridische Zaken zijn zowel de Privacy Officer als de Functionaris Gegevensbescherming (FG) gepositioneerd. De Privacy Officer ondersteunt de organisatie bij het toepassen van privacywetgeving in de dagelijkse praktijk, onder andere door het uitvoeren van risicoanalyses (DPIA's), het beheren van het register van verwerkingen, het adviseren over nieuwe projecten en digitale toepassingen en het begeleiden van datalekken. De onafhankelijk opererende Functionaris Gegevensbescherming houdt toezicht op de naleving van privacywetgeving en adviseert gevraagd en ongevraagd over verbeteringen.

Juridische kwaliteitszorg

Juridische kwaliteitszorg richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van gemeentelijke besluitvorming en dienstverlening. Juridische adviseurs ondersteunen de organisatie met advies bij complexe juridische vraagstukken, beleidsontwikkeling, contracten, mandaten en bestuursrechtelijke procedures.

Signalen uit bezwaarzaken, klachten, Woo-verzoeken en rechterlijke uitspraken kunnen worden gebruikt om werkprocessen te verbeteren en herhaling van fouten te voorkomen. Door kennisdeling, advisering en het analyseren van trends draagt Juridische Zaken bij aan een lerende organisatie waarin rechtmatigheid, zorgvuldigheid en dienstverlening hand in hand gaan.

Commissie bezwaarschriften

Inwoners en organisaties die het niet eens zijn met een besluit van de gemeente kunnen tegen een besluit bezwaar maken. De onafhankelijke commissie bezwaarschriften adviseert het gemeentebestuur over de afhandeling van bezwaren. Juridische Zaken verzorgt het secretariaat van de commissie en bewaakt een zorgvuldige en tijdige afhandeling van bezwaarschriften. Daarbij wordt - in samenspraak met de teams waar de besluiten zijn genomen -  nadrukkelijk ingezet op informele aanpak en vroegtijdig contact met bezwaarmakers wanneer dat passend is. Dit kan leiden tot snellere oplossingen, meer begrip over en weer en minder formele procedures. Uit het jaarverslag van de commissie worden leerpunten en verbetermaatregelen afgeleid die worden benut voor de verdere versterking van de juridische kwaliteit van de organisatie.

Klachtenbehandeling

De klachtencoördinator ondersteunt de organisatie bij de behandeling van klachten van inwoners en organisaties over de wijze waarop de gemeente heeft gehandeld. Een zorgvuldige klachtenafhandeling draagt bij aan het herstel van vertrouwen en biedt tegelijkertijd waardevolle inzichten voor verbetering van processen en dienstverlening. Klachten worden daarom niet alleen individueel afgehandeld, maar ook geanalyseerd om patronen, risico's en ontwikkelpunten binnen de organisatie zichtbaar te maken.

Wet open overheid (Woo)

Openheid en transparantie vormen belangrijke uitgangspunten van de overheid. De Woo-coördinator ondersteunt de organisatie bij de uitvoering van de Wet open overheid. De Woo-coördinator bewaakt de wettelijke termijnen, ondersteunt vakafdelingen bij de afhandeling van verzoeken en bevordert een uniforme werkwijze binnen de organisatie.

Wat willen we bereiken?

  • Rechtmatige, transparante en kwalitatief hoogwaardige besluitvorming.
  • Zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en verdere versterking van privacybewustzijn binnen de organisatie.
  • Tijdige en zorgvuldige afhandeling van bezwaar-, klacht- en Woo-procedures.
  • Leren van juridische procedures en signalen uit de praktijk om dienstverlening en processen continu te verbeteren.
  • Een open overheid die voldoet aan de eisen van de Wet open overheid en de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Wat gaan we concreet doen in 2027?

Voor 2027 zien wij meerdere ontwikkelingen waarop de aandacht komt te liggen, namelijk:

  • de toenemende impact van AI en algoritmen op privacy en gegevensbescherming,
  • verdere verbetering van de kwaliteit van dienstverlening vanuit juridische kwaliteitszorg, onder meer door
  • het benutten van data uit bezwaren, klachten en Woo-verzoeken voor organisatiebrede kwaliteitsverbetering.

5.3.5 Financiën

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.5 Financiën

Kern voor een solide financiële functie is een stabiele en betrouwbare financiële administratie. 

Om het risico op dubbele of onjuiste betalingen zoveel mogelijk te beperken, zijn binnen de gemeente het betaalproces en de bijbehorende interne controles zorgvuldig ingericht. De werking van deze controles wordt periodiek gemonitord en waar nodig verbeterd. Daarnaast streven we ernaar facturen van leveranciers binnen de afgesproken betalingstermijnen te voldoen. Hiermee borgen we een rechtmatig, betrouwbaar en efficiënt financieel proces.

Wat gaan we concreet doen in 2027?

In 2027 zetten we iRapportage verder in voor het ontwikkelen van op maat gemaakte overzichten en analyses voor de verschillende bestuurlijke en ambtelijke gremia. Hiermee verbeteren we de beschikbaarheid en toegankelijkheid van relevante stuurinformatie.

5.3.6 Planning en Control

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.6 Planning en Control

Planning & Control vormt de basis voor een doelmatige en rechtmatige besturing van de gemeente. Het omvat de cyclus van plannen, uitvoeren, monitoren en verantwoorden van beleid, activiteiten en financiële middelen. Door middel van instrumenten zoals de begroting, tussentijdse rapportages en de jaarrekening krijgt de gemeenteraad inzicht in de voortgang van de gestelde doelen en de inzet van middelen.

Een goede Planning & Control-cyclus is belangrijk omdat deze bijdraagt aan transparantie, tijdige bijsturing en een betrouwbare financiële huishouding. Hiermee kunnen we onze maatschappelijke opgaven effectief uitvoeren en verantwoording afleggen aan de gemeenteraad en inwoners.

Binnen de planning en control cyclus hebben we continu aandacht voor het toepassen van de uitgangspunten van het financiële beleid zoals risicobeheersing in relatie tot het weerstandsvermogen, hoe om te gaan met inzet van externe financiering, de financieringsplanning en een sluitende begroting/meerjarenbegroting. Daarbij speelt de interne beheersing van de processen en de rechtmatigheid in de uitvoering (inclusief interne controle daarop) een belangrijke rol. 

Wat gaan we concreet in 2027 doen?

Na het verkiezingsjaar 2026 kunnen we voor het jaar 2027 de "reguliere" P&C-cyclus volgen. Dat betekent dat wij u de jaarstukken 2026, minimaal één voortgangsrapportage 2027, de Kadernota 2028-2031 en de begroting 2028-2031 zullen aanbieden. 

In overleg met de raad gaan we de doorontwikkeling van de P&C cyclus een vervolg geven. We starten met de informatiewaarde van de begroting. Op welke wijze kan die verder verstrekt worden? Resultaten daarvan implementeren wij in de begroting 2028-2031.

In juli 2026 stelde de raad diverse geactualiseerde nota's m.b.t. het financieel beleid vast. Met name op het gebied van risicomanagement en treasury vraagt dat nadere implementatie. Die implementatie vindt in 2027 plaats.

5.3.7 Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.7 Rechtmatigheidsverantwoording

Sinds de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording legt het college zelfstandig verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties. De rol van de accountant is daarmee gewijzigd: de accountant geeft niet langer afzonderlijk een oordeel over de financiële rechtmatigheid, maar betrekt de door het college opgestelde rechtmatigheidsverantwoording in het getrouwheidsoordeel over de jaarrekening. Daarmee ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het onderbouwen en aantoonbaar maken van de financiële rechtmatigheid nadrukkelijker bij het college en de gemeentelijke organisatie.

 Met ingang van verslagjaar 2025 is het wettelijke kader verder aangescherpt en verduidelijkt. De gemeenteraad stelt een verantwoordingsgrens vast van maximaal 2% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves. Rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden worden daarbij gezamenlijk beoordeeld. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt, naast de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening, nadere informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid en over maatregelen om geconstateerde rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen.

Wat gaan we concreet in 2027 doen?

Onrechtmatigheden zijn de laatste jaren geconstateerd op het onderdeel van het rechtmatig aanbesteden. Voor boekjaar 2026 en verder zijn ook de Europese drempelbedragen verder aangescherpt. Dit veroorzaakt dat de gemeente eerder moet aanbesteden dan in eerdere jaren. Hierdoor loopt de gemeente een verhoogd risico op de juiste wijze van aanbesteden.

Voor de verdere ontwikkeling ligt de aandacht daarom niet uitsluitend op het vaststellen of afwijkingen boven of onder de verantwoordingsgrens blijven. Belangrijker is dat de rechtmatigheidsverantwoording wordt benut als onderdeel van de bredere cyclus van risicomanagement, interne beheersing en periodieke managementinformatie.

5.3.8 Misbruik en oneigenlijk gebruik

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.8 Misbruik en oneigenlijk gebruik

Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) hebben betrekking op het onterecht verkrijgen of gebruiken van gemeentelijke middelen, regelingen of voorzieningen. Bij misbruik is sprake van het bewust verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie om financieel voordeel te behalen. Bij oneigenlijk gebruik wordt gehandeld binnen de letter van de regelgeving, maar niet in overeenstemming met de bedoeling ervan.

Het is belangrijk om misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen en tijdig te signaleren. Dit draagt bij aan een rechtmatige besteding van publieke middelen, het behoud van draagvlak voor gemeentelijke regelingen en het vertrouwen van inwoners in de overheid. 

Het interne beleid rond misbruik & oneigenlijk gebruik is vastgelegd in de nota Misbruik & Oneigenlijk gebruik gemeente Epe 2024. Deze nota wordt eind 2026 geactualiseerd.

Wat gaan we concreet in 2027 doen?

De grootste risico's op misbruik en oneigenlijk gebruik doen zich voor bij processen waarbij de gemeente in belangrijke mate afhankelijk is van gegevens die door inwoners, instellingen of bedrijven worden aangeleverd. Dit betreft met name de verstrekking van Wmo- en jeugdhulpvoorzieningen, subsidies, vergunningen, identiteitsdocumenten en inkoop- en aanbestedingstrajecten. Daarnaast vragen privacy, gegevensbeveiliging en integriteitsrisico's blijvende aandacht. 

Om deze risico's te beheersen zetten we in op een combinatie van preventieve en repressieve maatregelen. Belangrijke maatregelen zijn heldere regelgeving, controle van aangeleverde gegevens, functiescheiding, toepassing van het vier-ogenprincipe, periodieke interne controles en gerichte monitoring van risicovolle processen. Waar nodig worden aanvullende controles uitgevoerd en wordt gebruikgemaakt van instrumenten zoals de Wet Bibob. Bij geconstateerd misbruik worden passende maatregelen getroffen, waaronder terugvordering, naheffing of het intrekken van verleende beschikkingen. 

Voor 2027 ligt de focus op het verder versterken van de interne beheersing binnen de meest risicovolle processen, waaronder zorg, subsidies en aanbestedingen, zodat misbruik en oneigenlijk gebruik tijdig worden voorkomen, gesignaleerd en aangepakt

5.3.9 Huisvesting

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.9 Huisvesting

De werkzaamheden rondom de huisvesting lopen conform planning en verwachting. De raadzaal is voorzien van een nieuwe klimaatinstallatie,  ‘de ring’ op de eerste verdieping is verbouwd naar multifunctionele commissiekamer en de onderzoeken naar een herinrichting van de raadzaal worden uitgevoerd. De huisvesting blijft in ontwikkeling om de organisatie passend te faciliteren, zo zien we groei in diverse teams wat vraagt om een herziening van het kantoorconcept. Daarnaast worden mogelijkheden verkend om het gemeentehuis efficiënter of alternatief te gebruiken. Dit zijn ontwikkelingen die verder onderzoek en uitwerking nodig hebben, de financiële impact hiervan zullen wij t.z.t. voorleggen. 

  

Wat gaan we concreet doen in 2027? 

Er is overeenstemming bereikt met Triada als ontwikkelaar van de 25 sociale huurwoningen in de aanbouw. Dit resulteert in definitieve plannen voor de ontvlechting, deze plannen zijn inmiddels uitgewerkt en vergund. De werkzaamheden voor de ontvlechting en de transformatie van de aanbouw worden in 2027 opgestart. 

De herinrichting van de raadzaal zal, na besluitvorming  in de gemeenteraad,  in 2027 worden opgestart. 

De herinrichting van het kantoor en de archiefdepots van NOVA zal, na besluitvorming bij gemeente Hattem en Heerde, worden gerealiseerd.

5.3.10 Inkoop en aanbesteding

Terug naar navigatie - 5 | Bedrijfsvoering - 5.3.10 Inkoop en aanbesteding

In aanvulling op landelijke en Europese regelgeving hebben we intern een inkoopbeleid opgesteld. Hierin is vastgelegd hoe we met onderhandse en meervoudige aanbestedingen omgaan. Medewerkers die het mandaat hebben om in te kopen, worden daarbij ondersteund door richtlijnen, formats en procedures. 

 

Wat gaan we concreet doen in 2027?

Uit de interne controle blijkt dat in enkele gevallen de Europese aanbestedingsregels niet of niet volledig juist zijn toegepast. Om het risico op onrechtmatigheden verder te beperken, zijn verbetermaatregelen ingezet. Deze richten zich onder andere op het beter bewaken van de inkoopdrempelbedragen en de daarbij behorende aanbestedingsprocedure, het verder implementeren en actualiseren van het contractenregister en het toepassen van het vierogenprincipe bij de factuurafhandeling. Met deze maatregelen wordt de rechtmatigheid, transparantie en beheersing van het inkoop- en betaalproces verder versterkt.

6 | Verbonden partijen

6.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - 6.1 Inleiding

De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties en verbindingen van de gemeente met verbonden partijen. Van een ‘verbonden partij’ is sprake wanneer er vanuit de gemeente bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en wanneer er financiële belangen mee gemoeid zijn.

  • Onder bestuurlijk belang wordt verstaan het hebben van een zetel in het bestuur van de verbonden partij of het hebben van stemrecht.
  • Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld (en die ze is in geval van faillissement van de verbonden partij kwijt kan zijn) en/of in geval dat er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij er verhaal op de gemeente kan plaatsvinden.

6.3 Beheersing risico’s

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - 6.3 Beheersing risico’s

De verbonden partijen van de gemeente Epe lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm. Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Op basis van de in de nota verbonden partijen 2023 opgenomen risicoanalysemodellen wordt per partij bezien hoeveel bestuurlijk (inhoudelijk) en financieel belang er is en hoeveel risico er wordt gelopen. Op basis van beide analyses wordt tweemaal per jaar het risicoprofiel bepaald. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel belang bij een verbonden partij, hoe intensiever de sturing. Er zijn drie risicoprofielen:

 

Basispakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Basispakket. De gemeenteraad wordt over verbonden partijen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening.

 

Pluspakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een gemiddeld bestuurlijk of financieel risico loopt worden ingedeeld in het Pluspakket. Aanvullend op het Basispakket wordt de gemeenteraad ook bij de voortgangsrapportage geïnformeerd over deze verbonden partijen, zo nodig ook met een informatienota. Daarnaast zal de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen hoger zijn dan bij de partijen in het basispakket. Tot slot worden deze verbonden partijen ook periodiek geagendeerd in het college.

 

Plusplus pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Plusplus pakket. Aanvullend op het Pluspakket wordt het bestuurlijke en ambtelijke overleg nog verder geïntensiveerd met deze verbonden partijen. 

6.4 Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - 6 | Verbonden partijen - 6.4 Overzicht verbonden partijen

Op basis van regelgeving volgt hierna het overzicht van bestaande verbonden partijen. Daarin wordt per partij de voorgeschreven informatie verschaft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die geen eigen vermogen hebben is het financieel belang van de gemeente gelegen in de verplichting om bij te springen als er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij. Omdat die op begrotingsbasis niet zijn in te schatten staat bij die gemeenschappelijke regelingen € 0 als financieel belang.

6.4.1 Gemeenschappelijke regelingen

Omgevingsdienst Veluwe
Volledige naam Omgevingsdienst Veluwe (ODV)
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
Openbaar belang Het behandelen van aanvragen voor vergunningen in het kader van het omgevingsrecht, het toetsen van meldingen, het toezicht houden op en handhaven van de milieuaspecten van de Omgevingswet. Daarnaast adviseert ODVeluwe gemeenten en provincie bij de opstelling van beleid en bij specifieke ontwikkel- of uitvoeringsprojecten op het gebied van ruimtelijke ordening, circulariteit en duurzaamheid.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 24.452 € 24.452
Eigen vermogen van de verbonden partij € 0,35 mln. € 0,35 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 3,6 mln. € 3,7 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 1.154.000
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij De begroting zal in basis het karakter dragen van een beleidsarme financiële begroting.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 1.193.000 € 1.250.000 € 1.292.000
GGD
Volledige naam GGD Noord- en Oost Gelderland
Vestigingsplaats Warnsveld
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
Openbaar belang GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij de GGD NOG zijn aangesloten.
Prognose o.b.v. begroting 2027 1 jan. 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 120.000 € 111.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 2.700.000 € 2.500.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 6.734.000 € 6.634.000
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 836.033
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij GGD NOG voert voor de gemeente Epe de jeugdgezondheid 4-19 uit. Daarnaast zijn er taken voor de algemene gezondheid, onder andere infectieziektebestrijding. De GGD NOG biedt gemeenten inzicht in de gezondheidssituatie van de inwoners van de gemeenten. De Bestuursagenda 2023-2027 geeft beeld en richting aan de inzet van GGD NOG en de gemeenten. De deelnemende gemeenten maken de komende tijd keuzes over de inrichting van de jeugdgezondheidszorg in de regio Noord- en Oost-Gelderland. Deze besluitvorming heeft een belangrijke impact op de toekomstige positionering van de GGD in de publieke infrastructuur en de inrichting van de organisatie in 2027.
Risicoprofiel Laag (basispakket)
Boekjaar 2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 866.130 € 899.389 € 933.926

.

 

Lucrato
Volledige naam Werkbedrijf Lucrato
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
Openbaar belang Het bieden van werkplekken, onder aangepaste omstandigheden binnen een beschutte werkomgeving, voor inwoners met een arbeidshandicap (SW- en beschut werk medewerkers) en het ondersteunen naar werk (re-integratie) van inwoners die onder de Participatiewet vallen.
Prognose o.b.v. begroting 2027 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 919.360 € 919.360
Eigen vermogen van de verbonden partij € 5.746.000 € 5.746.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 4.262.000 € 5.892.000
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij  € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 5.691.000
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij De gemeente Epe werkt in de gemeenschappelijke regeling Lucrato samen met de gemeenten Apeldoorn en Heerde. De gemeentelijke opdracht aan Werkleerbedrijf Lucrato richt zich op 4 doelgroepen inwoners: 1) Inwoners met een SW-dienstverband; 2) Inwoners met arbeidsperspectief die vallen onder de brede doelgroep van de Participatiewet; 3) De doelgroep Beschut Werken; 4) Tijdelijk in dienst nemen van ADS-medewerkers.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 5.490.828 € 5.435.186 € 5.309.690

.

 

Noord-Veluws Archief
Volledige naam Noord-Veluws Archief
Vestigingsplaats Elburg
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Lid bestuur
Openbaar belang Het uitvoeren van het bepaalde in de Archiefwet 1995 en het vervullen van de functie van regionaal kennis- en informatiecentrum op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis door het opbouwen en beheren van een brede collectie (regionaal) historische bronnen en deze op een actieve wijze dienstbaar maken voor het publiek.
Medio september 2025 is er nog geen geprognotiseerde balans 2026 beschikbaar 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 8.682 € 8.682
Eigen vermogen van de verbonden partij € 82.684 € 82.684
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 140.000 € 100.000
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 210.180
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij Het Noord-Veluws Archief (NoVA) zorgt voor betrouwbare informatie en maakt die duurzaam zichtbaar ten dienste van de samenleving en is de herkenbare erfgoedpartner die bijdraagt aan transparantie, rechtszekerheid en kennisdeling over het heden en verleden van de regio Noord-Veluwe.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 210.180 € 210.180 € 210.180

.

 

PlusOV
Volledige naam Basismobiliteit
Vestigingsplaats Lochem
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Lid van het bestuur (voorzitter)
Openbaar belang Doelgroepen prettig en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 10.775 € 10.741
Eigen vermogen van de verbonden partij € 89.809 € 89.809
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.981.639 € 1.972.955
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 1.664.275
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij In 2027 wordt er verder gekeken naar de wijze waarop besparingen gerealiseerd kunnen worden, hierbij worden de eerste resultaten al in 2026 verwacht. Daarnaast wordt er gestreefd naar het verbeteren van de interne organisatie en het verhogen van de kwaliteit van het vervoer. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 1.734.669 € 1.811.740 € 1.899.571

.

 

Regio Stedendriehoek
Volledige naam Gemeenschappelijke regeling regio Stedendriehoek
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid bestuur
Openbaar belang Belangenbehartiging op gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling, volkshuisvesting, sociaaleconomische ontwikkeling en arbeidsvoorziening, verkeer en vervoer, milieu, onderwijs en welzijn en recreatie.
O.b.v. jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 94.273 € 93.497
Eigen vermogen van de verbonden partij € 757.252 € 1.268.649
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 2.424.089 € 2.394.449
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 275.357
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij Voor 2027 richt de regionale samenwerking zich op: - Het vaststellen van het ontwikkelperspectief 2050 en de vertaling ervan in een uitvoeringsprogramma en regionale investeringsagenda. - Het versterken van de innovatiekracht binnen onze regio door het opleveren van een gedragen kennis en innovatieagenda safe society | smart development, terwijl gelijktijdig wordt gewerkt aan het (op)bouwen van kansrijke ecosystemen. - De uitvoering van afspraken uit de Uitvoeringsagenda 2023 – 2030, inclusief het opleveren van de herijkte uitvoeringsagenda. - Het uitvoeren van de Regio Deal Sterker in 3D waarbij de toegekende projecten ‘versnellers’ voor de opgaven in de uitvoeringsagenda zijn. - Inzet lobby, communicatie en bovenregionale samenwerking gericht op externe profilering, stimuleren van samenwerking binnen en buiten de regio met als doel de samenwerking met het Rijk, provincies en Brussel te versterken en het vinden van additionele financiële middelen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 287.724 € 300.658 € 314.187

.

 

Tribuut
Volledige naam Tribuut belastingsamenwerking
Vestigingsplaats Epe
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Vice voorzitter bestuur
Openbaar belang Het uitvoeren van de gemeentelijke belastingen en Wet waardering onroerende zaken.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 32.000 € 32.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 0,4 mln. € 0,4 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 0 € 0
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 808.000
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij De beoogde samenvoeging van de twee gemeenten Aalten en Oude IJsselstreek per 1 januari 2027 aan de gemeenschappelijke regeling Tribuut soepel te laten verlopen. Daarnaast zal een speerpunt voor 2027 zijn om geautomatiseerde werkstromen verder te ontwikkelen. Niet alleen intern, maar ook de gegevensuitwisseling met de deelnemende gemeenten meer te automatiseren. Verder zal Tribuut zich verder ontwikkelen in het beveiligen van informatie.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 837.000 € 869.000 € 902.000

.

 

Veiligheidsregio
Volledige naam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid algemeen bestuur
Openbaar belang De VNOG werkt samen met de gemeenten aan veiligheid, door zich sterk te maken voor de kwaliteit en efficiency van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, bevolkingszorg, crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit alles met als doel: veilig en gezond, wonen, werken en recreëren.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 0,9 mln € 0,7 mln.
Eigen vermogen van de verbonden partij € 22,3 mln. € 18,4 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 92,0 mln. € 87,7 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 2.533.100
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij De missie van de VNOG is: 'Samen werken aan veiligheid'. Vanuit het beleidsplan 2025-2028 zijn de maatschappelijke ontwikkelingen en trends bepaald. Daarbij is verkend met welke (nieuw) uitdagingen VNOG te maken krijgt, wat de samenleving gaat verwachten en hoe de VNOG hier zich bij kan positioneren. Het thema weerbare en veerkrachtige samenleving heeft landelijk een hoge vlucht genomen, gelet op de mondiale en hybride dreiging.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 2.594.300 € 2.595.100 € 2.615.000

6.4.2.

6.4.2 Vennootschappen en coöperaties

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Volledige naam Bank Nederlandse Gemeenten N.V.
Vestigingsplaats Den Haag
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene Vergadering van Aandeelhouders
Openbaar belang Bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang
O.b.v. jaarrekening BNG 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 152.000 € 152.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 4.777 mln. € 4.777 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij €123.164 mln. € 110.701 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij p.m. 172 mln.
Financiële gemeentelijke bijdrage 2026 n.v.t.
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij BNG streeft niet naar winstmaximalisatie, maar naar maatschappelijke impact en een redelijk rendement voor de aandeelhoudende overheden. BNG publiceert geen begroting. Daarom zijn de cijfers van jaarrekening 2025 opgenomen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij n.v.t n.v.t. n.v.t

.

 

Circulus
Volledige naam Circulus B.V.
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Afvalverwijdering en straatreiniging
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 1.033.812 € 1.108.920
Eigen vermogen van de verbonden partij € 20.800.000 € 23.403.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 46.917.000 € 36.637.000
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 1.312.000
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 In het kader van reinigings- en inzamelingsopdracht (DVO) € 5 mln.
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij Gebaseerd op de meerjarenstrategie 2025-2028 ("Duurzaam & dichtbij") streeft Circulus naar een duurzame, circulaire en inclusieve leefomgeving door optimaal hergebruik van grondstoffen, kwalitatief beheer van de openbare ruimte en bevordering van sociale participatie, in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten. Bedrijfseconomisch is Circulus, naast het beheersen van de stijgende kosten, volop bezig om tijdig te kunnen beschikken over nieuw (elektrisch) materieel.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 5,2 mln. € 5,5 mln. 5,7 mln.

.

 

Leisurelands
Volledige naam Leisurelands B.V.
Vestigingsplaats Arnhem
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Openbare toegankelijkheid dagrecreatieterrein Kievitsveld
Op basis van jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 6.705 € 6.705
Eigen vermogen van de verbonden partij € 84.762.000 € 87.135.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 17.409.000 € 19.319.000
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 2.373.000
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 n.v.t.
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij Leisurelands wil mensen de deur uit laten gaan en steeds opnieuw laten ervaren hoe onverwacht mooi, leuk en actief je kunt recreëren in het buitengebied van Nederland. Dat wordt bereikt met moderne en aantrekkelijke recreatiegebieden waar iedereen welkom is om te komen beleven en bewegen. Als maatschappelijke onderneming in de regio Oost Nederland wil Leisurelands een wezenlijke bijdrage leveren aan het welzijn van zowel onze bezoekers als de ondernemers. De nadruk ligt meerjarig op investeren in de kwaliteit van de gebieden van Leisurelands en dat klaar maken voor 2030.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2027 2028 2029
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij n.v.t. n.v.t. n.v.t.

.

 

OMVV
Volledige naam Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V.
Vestigingsplaats Arnhem
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Revitalisering vakantieparken
o.b.v. jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 1.536 € 1.536
Eigen vermogen van de verbonden partij € 6.518.336 € 5.664.513
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 32.925 € 15.123
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € -848.375
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 € 8.000
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij Het realiseren van een toekomstbestendig toeristisch vitaal aanbod van vakantieparken, dat een sterke schakel vormt in het toeristisch-recreatieve aanbod van de Veluwe. De OMVV heeft een ontwikkeltaak met financiële mogelijkheden om het aankopen, tijdelijk beheren of verkopen van een vakantiepark mogelijk te maken. Financiële mogelijkheden betreffen garanties, leningen en bijdragen met als voorwaarden dat een substantieel deel lokaal wordt gecofinancierd.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2027 2028 2029
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij € 8.000 nntb nntb

.

 

Vitens
Volledige naam Vitens N.V.
Vestigingsplaats Zwolle
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Het beschikbaar stellen van voldoende betrouwbaar drinkwater.
obv jaarrekening Vitens 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 35.000 € 35.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 713,6 mln. € 809,1 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.684,8 mln € 1.846,0 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij p.m.
Financiële gemeentelijke bijdrage 2027 n.v.t.
Beleidsvoornemens 2027 van de verbonden partij De ambitie van Vitens is een duurzaam drinkwaterbedrijf zijn, maatschappelijk verankerd, met een positieve impact op mens en natuur. Vitens streeft naar een duurzaam drinkwatersysteem, ontwikkeld in cocreatie met onze omgeving. Deze ambitie is uitgewerkt in de strategie ‘Elke druppel duurzaam’. Vitens publiceert geen begroting. Daarom zijn de cijfers van jaarrekening 2025 opgenomen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2027 2028 2029
Jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan verbonden partij n.v.t. n.v.t. n.v.t.

.

 

7 | Grondbeleid

7.2 Grondbeleid in Epe

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - 7.2 Grondbeleid in Epe

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van het collegeakkoord en de volgende programma’s in de programmabegroting:

  • Ruimte en wonen (programma 5).
  • Bedrijvigheid (programma 9).

Het grondbeleid in de gemeente Epe is situationeel, dit betekent dat de gemeente per ruimtelijke ontwikkeling bepaalt welke gemeentelijke rol en inzet het beste past. De voorwaarden worden bepaald door de Omgevingsvisie, de Woonagenda en het omgevingsplan. Bij elk ruimtelijk initiatief wordt de afweging gemaakt op basis van ambitie, prioriteit, risico en de gewenste regie om actief grondbeleid, actief faciliterend of faciliterend grondbeleid te voeren.  


De gemeente Epe beschikt over een voorraad aan (eigen) grond die kan worden ontwikkeld. Dit is ontstaan door (actief) verwerven of doordat de grond (historisch) al in eigendom bij de gemeente was. Een deel van deze gronden is opgenomen in grondexploitaties en zullen nadat ze bouwrijp zijn gemaakt, als bouwterrein worden uitgegeven door verkoop. Daarnaast geldt voor een deel van de gronden dat de ontwikkelingen nog in voorbereiding zijn.

7.3 Grondexploitaties

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - 7.3 Grondexploitaties

7.3.1 Voortgang van de exploitaties

Kweekweg VI Epe
De verwachting is dat de bouwgrondexploitatie aan het einde van 2027 wordt afgesloten.
    

Onherroepelijk

  • Het plan Oosterhof Zuid (woningbouw) wordt gebouwd en de eerste woningen zijn in 2025 opgeleverd.
  • Het plan Griseeweg (woningbouw) is gebouwd en is in 2026 opgeleverd.
  • Het plan Kloosterhof Oene (woningbouw) wordt gebouwd.
  • Het plan Sprengenparc (woningbouw) is nog niet uitvoering 

 

Aankomende exploitaties

  • Het plan ’t Slath (woningbouw) is in voorbereiding.

 

Aankomende bouwlocaties

  • Het plan Royal Vaassen Kopermolen (woningbouw) is in de ruimtelijke fase.
  • Voor het plan Zuukerenk (woningbouw) is de intentieovereenkomsten met de ontwikkelaars ondertekend. Voor het plan Kerkenland is ook de anterieure overeenkomst getekend.
  • Het plan Eekterveld IV (bedrijventerrein) is in de beroepsfase, plan is vastgesteld en grondexploitatie is geopend.

 

7.3.2 Parameters grondexploitatiebegrotingen
Bij de actualisatie van de grondexploitatiebegrotingen per 31 augustus 2026 van de plannen van het grondbedrijf zijn de volgende parameters gehanteerd:
•    Kostenstijging: 4,5% per jaar
•    Opbrengstenstijging :

    - bedrijfsterrein: 2% per jaar
    - bouwterrein voor woningen: 3,5% per jaar

•    Rekenrente: 0,10% per jaar

 

7.3.3 Tussentijdse winst- en verliesnemingen
Met zekerheid in de plannen gerealiseerde winsten moeten (op grond van voorschriften) tussentijds worden overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie. Op 30 juni 2026 zijn de volgende tussentijdse winsten overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie:

 

Plan Winst- en verliesneming
De Pirk-Noord -€ 59 
Oosterhof Zuid

-€ 4.979 

Kweekweg VI

-€ 1.097

* - = nadelig; + = voordelig

 

Als uit een grondexploitatiebegroting blijkt, dat er een verlies op een plan ontstaat, wordt dit verlies direct ten laste van de reserve bouwgrondexploitatie gebracht. 

 

7.3.4. Cijfers geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen

In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers weergegeven van de grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2026.

Plan  boekwaarde
30-6-2026*
verwacht eind-
resultaat grexen*
jaar
afsluiting plan
De Pirk-Noord + € 13.202 - € 770 2026
Kweekweg VI + € 10.598 + € 3.229 2026
Oosterhof Zuid + € 487 -€ 68.331 2027
Eekterweg - € 395.356    

* - = nadelig; + = voordelig


De grondexploitatiebegrotingen worden gebruikt voor het berekenen van de benodigde reserve bouwgrondexploitatie.

7.4 Reserve bouwgrondexploitatie

Terug naar navigatie - 7 | Grondbeleid - 7.4 Reserve bouwgrondexploitatie

Voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie is een reserve bouwgrondexploitatie gevormd. Het te hanteren model voor het berekenen van de reserve bouwgrondexploitatie is opgenomen in de Nota Grondbeleid 2024. De benodigde reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 30 juni 2026 € 1,77 miljoen en de reservestand is hiermee voldoende. 

8 | Open Overheid

8.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 8 | Open Overheid - 8.1 Inleiding

Publicatie

De gemeente Epe werkt aan een open en transparante overheid. Aan de implementatie van de Wet open overheid (Woo) is de afgelopen jaren hard gewerkt en ook voor een belangrijk deel gerealiseerd. De eerste tranche van de verplichte actieve openbaarmaking is ingevoerd en de processen voor de behandeling van Woo-verzoeken zijn binnen de organisatie geborgd. Hierbij gaat het om de volgende categorieën:

  1. Wetten en algemeen verbindende voorschriften; beschikbaar op: lokaleregelgeving.overheid.nl en www.officielebekendmakingen.nl/gemeenteblad
  2. Overige besluiten van algemene strekking; beschikbaar op: overheid.nl
  3. Informatie over de organisatie en werkwijze; beschikbaar op: www.epe.nl
  4. Bereikbaarheidsgegevens; beschikbaar op: organisaties.overheid.nl
  5. Vergaderstukken en verslagen van de Kamers en verenigde vergadering der Staten-Generaal; beschikbaar op: overheid.nl

Voor de resterende categorieën van actieve openbaarmaking zijn de benodigde voorbereidingen en technische voorzieningen al voor een groot deel getroffen. De voorbereidingen worden doorgezet, zodat de verdere implementatie kan plaatsvinden zodra hiervoor landelijke verplichtingen, standaarden en invoeringsdata definitief zijn vastgesteld.

Besteding middelen

Voor de uitvoering van de Woo ontvangen gemeenten zowel incidentele als structurele middelen, die separaat voor de Woo zijn gebudgetteerd. De middelen zijn bestemd en ook begroot voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. Daarnaast ontvangen gemeenten structurele middelen voor de uitvoering van de wet. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en onderhoud van de systemen.

Woo-contactpersoon en coördinator

Het aanwijzen van een Woo-contactpersoon is een verplichting die volgt uit artikel 4.7 van de Woo. De aanwijzing van een Woo-contactpersoon en Woo-coördinator heeft in de gemeente Epe plaatsgevonden binnen de eenheid Juridische Zaken. Het aanwijzen van een Woo-coördinator betreft overigens geen formeel aanwijzingsbesluit.

Openbaarmaking 

De openbaarmaking van Woo-verzoeken en convenanten vindt plaats via de OpenWoo.app. Voor raadsvergaderingen wordt Notubiz gebruikt.

Wat gaan we doen in 2027?

In 2027 ligt de nadruk op het onderhouden en verder verbeteren van de ingerichte processen, het versterken van de kwaliteit van de informatiehuishouding en het bevorderen van een organisatiecultuur waarin openheid en transparantie vanzelfsprekend zijn. Daarmee blijft de gemeente voorbereid op toekomstige verplichtingen vanuit de Woo en worden inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zo goed mogelijk geïnformeerd.