1.4.1. Financiële startpositie
Voordat wij vooruitkijken naar de komende bestuursperiode, is het belangrijk inzicht te geven in de financiële uitgangspositie van deze begroting. Bij het opstellen van de begroting zijn diverse autonome ontwikkelingen verwerkt. Deze ontwikkelingen beïnvloeden de beschikbare financiële ruimte en vormen het vertrekpunt voor de keuzes die in deze begroting zijn gemaakt.
![]()

![]()
De grootste negatieve financiële effecten worden veroorzaakt door de ontwikkeling van de uitgaven binnen het sociaal domein. Daarnaast hebben loon-, prijs- en renteontwikkelingen invloed op de structurele financiële ruimte van de gemeente. Deze ontwikkelingen kunnen wij als gemeente niet direct beïnvloeden en beperken de ruimte voor nieuw beleid. Tegenover deze negatieve financiële ontwikkelingen staan echter ook voordelen. Een toenemende algemene uitkering uit het gemeentefonds is daarvan de belangrijkste. Deze voordelen zorgen uiteindelijk voor een positief startsaldo in de komende jaren, uitgezonderd 2027.
Verder stijgen de kosten voor de reiniging (ophalen afval) en is daar een extra tariefstijging van 10,7% nodig om het uitgangspunt van 100% kostendekking te realiseren. We voeren deze stijging in twee gelijke stappen in de jaren 2027 en 2028 door. Ook na deze extra stijging blijven de woonlasten in de gemeente Epe onder het landelijk gemiddelde.
In de financiële startpositie is ook het effect van het in juli 2026 door de raad vastgestelde geactualiseerde financiële beleid verwerkt. De in de begroting 2026-2029 opgenomen taakstelling is daarmee volledig ingevuld. De uitwerking is onder andere zichtbaar in:
- Paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen: andere presentatie van de risico’s en gewijzigde berekening van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit;
- Overzicht reserves en voorzieningen: een groot aantal bestemmingsreserves wordt opgeheven en ondergebracht bij de algemene reserve.
1.4.2. Financiële ontwikkeling/financiële vertaling van het collegeprogramma
Voor 2027 is geen Kadernota opgesteld. Wel stelden wij een Kaderbrief op waarmee de raad voor de zomer is geïnformeerd over het financiële beeld. De inhoudelijke koers voor deze bestuursperiode is vastgelegd in het collegeprogramma 2026-2030. De afweging tussen ambities, investeringen en beschikbare middelen vindt daarom integraal plaats bij het opstellen van deze begroting. Daarmee vormt deze begroting zowel de financiële vertaling van het collegeprogramma als het uitvoeringskader voor de komende jaren. De onderstaande tabel laat de meerjarige financiële effecten zien van de belangrijkste besluiten die in deze begroting zijn verwerkt.

Een toelichting op deze mutaties is te vinden bij de diverse programma’s en bijlage 2 “toelichting nieuw en geactualiseerd beleid". Overigens hebben wij het daadwerkelijke “nieuwe” beleid daarbij, gelet op de financiële positie, sterk beperkt. De aanvullende budgetten komen veelal uit bestaand beleid voort zoals de gewenste extra budgetten voor het beheer van de openbare ruimte (oplopend naar € 1,5 miljoen in 2030), de versterking van het toegangsteam jeugdzorg (€ 0,4 miljoen structureel) en oplopende rentelasten (€ 0,3 mln.).
1.5 Financiële uitdagingen vragen om zorgvuldige keuzes
1.5.1. Vooruitblik na 2030
De grootste financiële uitdaging voor de gemeente Epe ligt niet binnen de huidige begrotingsperiode, maar in de jaren daarna. Grote investeringen in onderwijshuisvesting, maatschappelijke accommodaties, gemeentelijk vastgoed, de gemeentewerf, wegen, riolering en groen leiden tot een verdere stijging van de structurele lasten. Op basis van de huidige inzichten kan het financiële tekort hierdoor na 2030 oplopen met € 3 tot € 4 miljoen per jaar. Het vinden van dekking voor een structureel bedrag van € 6 tot € 7 miljoen is een voor de gemeente Epe ongekende en grote opgave die niet zonder structurele en ingrijpende keuzes kan worden opgevangen. Hoe wij deze keuzes voorbereiden en welke rol de raad daarin heeft, lichten wij toe in paragraaf 1.5.3. Ons uitgangspunt is daarbij verantwoordelijkheid nemen en voorkomen dat toekomstige generaties worden geconfronteerd met een opgave waarop onvoldoende is geanticipeerd.
1.5.2. Omgaan met de financiële opgave
Wij bieden u een sluitende begroting 2027 aan. Daarbij maken wij gebruik van een onttrekking aan de algemene reserve, passend binnen de financiële kaders en het toezichtbeleid van de provincie. Hiermee creëren wij ruimte om de ambities uit het collegeprogramma voortvarend te starten en tegelijkertijd zorgvuldig te werken aan oplossingen voor de financiële uitdagingen op langere termijn.
Voor de jaren 2028 tot en met 2030 laat de meerjarenraming tekorten zien van gemiddeld circa € 3 miljoen per jaar. Deze tekorten zijn het gevolg van een combinatie van factoren. De kosten van gemeentelijke taken blijven stijgen, er zijn substantiële investeringen nodig om gemeentelijke bezittingen en voorzieningen toekomstbestendig te houden en de kosten en de Jeugdzorg en de wet maatschappelijke ondersteuning lopen verder op. Met name voor de jeugdzorg compenseert het Rijk gemeenten nog altijd onvoldoende. In het voorjaar 2027 zal de deskundigencommissie die voor de jeugdzorg is ingesteld hierover nieuwe uitspraken doen. Daarnaast wil het Rijk aanpassingen doorvoeren in de wet maatschappelijke ondersteuning. Zo is er het voornemen om het abonnementstarief af te schaffen. Dat geldt ook voor de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. Dit kan positieve financiële gevolgen voor onze begroting hebben. Het rijk moet hierover echter nog definitieve besluiten nemen.
Met deze onzekerheden in beeld kiezen wij er bewust voor om de tekorten op dit moment nog niet op te lossen met aanvullende bezuinigingen of lastenverzwaringen. Daarvoor bestaan nog te veel onzekerheden. De komende periode willen wij beter zicht krijgen op onder andere de toekomstige rijksfinanciering van de jeugdzorg en willen we een realistische fasering van investeringen opstellen. We willen kijken hoe we de beschikbare incidentele middelen zo effectief mogelijk kunnen inzetten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de rijksbijdrage realisatiestimulans waarvoor wij de raad om kaders zullen vragen.
Deze aanpak sluit aan bij de oproep van de VNG om de structurele tekorten in de jeugdzorg zichtbaar te houden en deze niet zonder meer op te lossen door te bezuinigen op andere gemeentelijke taken. Maar ons hiervan volledig afhankelijk maken vinden wij niet passen bij goed bestuur. Daarom nemen wij zelf ook actie en brengen in beeld welke mogelijkheden we kunnen creëren om financiële ruimte te vinden.
1.5.3. Financiële ruimte voor morgen: herijken, kiezen en verantwoordelijkheid nemen
Dat vraagt om een kritische en toekomstgerichte blik op ons takenpakket, onze werkwijzen en onze inzet van middelen. Welke activiteiten dragen aantoonbaar bij aan de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en/of aan wettelijke taken? Moeten we alles blijven doen? Wat kan slimmer, efficiënter of soberder worden georganiseerd? Berekenen we overal de juiste kosten door? Dat vergt een zorgvuldig proces met betrokkenheid van raad en samenleving.
Het coalitieakkoord geeft richting aan de manier waarop wij met deze financiële opgave willen omgaan. Uitgangspunt is een structureel gezonde financiële positie, waarbij de lasten voor inwoners zo laag en eerlijk mogelijk worden gehouden. Bij noodzakelijke ombuigingen kijken wij daarom eerst kritisch naar bestaande uitgaven en naar mogelijkheden om werkzaamheden slimmer, efficiënter of anders te organiseren. Nieuwe uitgaven worden in beginsel opgevangen volgens het principe ‘oud voor nieuw’ en bezuinigingen binnen het sociaal domein willen wij zoveel mogelijk voorkomen. Ook kijken wij naar mogelijkheden om de kostendekking van gemeentelijke dienstverlening te verhogen, met oog voor de maatschappelijke effecten. Voor de OZB blijft het uitgangspunt dat een verhoging beperkt blijft tot de inflatie.
Deze uitgangspunten geven richting aan de keuzes die wij uiteindelijk maken, maar beperken de verkenning vooraf niet. De financiële opgave is daarvoor te omvangrijk en nog met onzekerheden omgeven. Daarom brengen wij breed in beeld welke mogelijkheden er zijn om financiële ruimte te creëren. Zo ontstaat voor college en raad een volledig beeld van de beïnvloedingsruimte en kunnen uiteindelijk integrale en onderbouwde keuzes worden gemaakt binnen de richting van het coalitieakkoord.
Daarom starten wij in het najaar van 2026 het traject ‘Financiële ruimte voor morgen: herijken, kiezen en verantwoordelijkheid nemen’. In dit traject brengen wij mogelijke maatregelen, scenario's en handelingsperspectieven in beeld. Daarbij gaat het zowel om de uitgavenkant als om investeringen, inkomsten en de wijze waarop taken worden uitgevoerd.
De gemeenteraad heeft hierbij een centrale rol. De raad stelt de (financiële) kaders en maakt uiteindelijk de politieke afwegingen. Wij stellen voor om de auditcommissie een rol te geven in de begeleiding van dit proces. De auditcommissie kan vanuit haar rol met het college meedenken over de aanpak, de financiële uitgangspunten, de informatie die de raad nodig heeft en de wijze waarop verschillende scenario’s en keuzes inzichtelijk worden gemaakt. De politieke afweging en besluitvorming blijven vanzelfsprekend bij de voltallige gemeenteraad.
Wij willen voorkomen dat de raad pas bij de Kadernota 2028-2031 wordt geconfronteerd met mogelijke maatregelen. Daarom trekken wij gedurende het proces gezamenlijk op, onderzoeken wij alternatieven en creëren wij ruimte voor politieke keuzes, waarbij ieders rol nadrukkelijk wordt gerespecteerd. Na de Kadernota zullen wij ook inwoners, ondernemers, verenigingen en andere maatschappelijke partners betrekken bij de verdere uitwerking van de gemaakte keuzes.
Dit traject moet leiden tot een samenhangend pakket van bouwstenen dat betrokken wordt bij de Kadernota 2028-2031. Daarmee bereiden wij tijdig de keuzes voor die nodig kunnen zijn om ook op langere termijn financieel gezond en toekomstbestendig te blijven.
Met deze keuze bieden wij u een begroting 2027-2030 aan die in 2027 sluitend is, maar waarvan de meerjarenraming vanaf 2028 tekorten laat zien. De onderstaande tabel geeft de financiële uitkomst weer:

Vermogenspositie en mogelijke vrijval algemene reserve
Per 31 december 2027 bedraagt het verwachte eigen vermogen (onze reservepositie) van de gemeente bijna € 93 miljoen. Dit zijn incidentele middelen die beschikbaar zijn voor toekomstige uitgaven. Veelal ligt er al een verplichting op deze reserves die onderscheiden worden in de algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve heeft een omvang van € 16,4 miljoen en heeft als belangrijkste functie het opvangen van risico’s. Gebaseerd op de door de raad vastgestelde norm voor het weerstandsvermogen (hoeveel budget is beschikbaar om risico’s op te vangen?) en de norm voor de solvabiliteit (aandeel van ons eigen vermogen in het totale vermogen) is een bedrag van ruim € 10 miljoen vrij beschikbaar.
Gelet op de omvang van de algemene reserve en de financiële kengetallen is het zeker verantwoord om in 2027 € 2,9 miljoen in te zetten voor begrotingsdekking. Ook na deze inzet blijft sprake van een solide financiële positie, met een solvabiliteit van meer dan 50% en een weerstandsratio van > 1,0. Het resterende vrije bedrag blijft daarmee beschikbaar in de algemene reserve en wordt betrokken bij de keuzes die gemaakt worden bij de Kadernota 2028-2031.
1.5.4. Structureel begrotingssaldo
De begroting voor 2027 is structureel en reëel in evenwicht. Dat wil zeggen dat de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. Onderdeel van de structurele baten is een deel van de ingezette middelen uit de algemene reserve (€ 0,8 miljoen) dat op grond van de provinciale beleidsregels een structureel karakter heeft (10% van het surplus in de algemene reserve). Hierdoor komt het structurele saldo van de begroting 2027 uit op € 537.000 positief. Een toelichting hierop is opgenomen in de Financiële begroting (onderdeel B.4).
1.6 Samen verantwoordelijkheid nemen
De komende jaren zullen niet alle vraagstukken eenvoudig op te lossen zijn. Dat vraagt om bestuurlijke moed, realistische afwegingen en een zorgvuldige inzet van publieke middelen. Politieke verschillen over de te maken keuzes mogen en zullen er zijn. Maar de verantwoordelijkheid om de financiële opgave van Epe onder ogen te zien en tijdig noodzakelijke bijstellingen voor te bereiden, zullen we met elkaar moeten delen. Dat vraagt van allen in het bestuur een realistische blik, bestuurlijke verantwoordelijkheid en de moed om keuzes te maken. Door samen verantwoordelijkheid te nemen, de weerbaarheid van onze gemeente te versterken en verstandig te investeren in onze toekomst, bouwen wij verder aan een gemeente waar mensen prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren, nu en voor toekomstige generaties.